De wortel van het daltononderwijs ligt in 1905 in een school te Wisconsin in de Verenigde Staten. De jonge, net afgestudeerde onderwijzeres Helen Parkhurst ( Verenigde Staten, 1887 – 1973 ) werd er aangesteld om als enige leerkracht aan veertig kinderen van zes tot en met twaalf jaar op dit eenmansschooltje les te geven. De pas begonnen onderwijzeres koos voor een onderwijsvorm afgestemd op het individu in plaats van het frontale klassikale onderwijs.
Nederland telt op vandaag meer dan 300 basis- en secundaire daltonscholen.
Het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap startte op 1 september 2007 met een eerste daltonschool in Vlaanderen, namelijk ‘De Kleine Icarus’ te Gent.
De daltonfilosofie gaat uit van het gegeven dat ieder mens in staat is tot het dragen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor zijn omgeving. Dit is een voorwaarde om goed te kunnen functioneren in een democratische samenleving. Dalton is een manier van werken en omgaan met elkaar. Een daltonschool schept ruimte en geeft kinderen de gelegenheid om zelfstandig of samen te werken aan een afgesproken taak.
De leerkracht onderzoekt steeds opnieuw wat een individuele leerlingen nodig heeft om ver te komen in zijn ontwikkeling. De leerkracht schept de voorwaarden zodat iedere leerling zich kan ontplooien. In de daltonpedagogiek is de rol van de leerkracht meer coachend en begeleidend en minder puur gericht op kennisoverdracht.
De drie principes: vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerken vormen het uitgangspunt van de dalton-aanpak. De taak is het middel om die drie principes te verwezenlijken. Geen kind, noch leerkracht, moet met tegenzin naar school gaan. Zo sluit het leven in de school aan bij het leven buiten de school.
Daltononderwijs is in principe geschikt voor alle kinderen. Belangrijk is met name dat je als ouder gelooft in deze gestructureerde, planmatige werkwijze en dat dit past bij de thuissituatie. Vrijheid is een van de aspecten van het daltononderwijs, maar dit betekent allerminst dat kinderen op school vrij gelaten worden! Door de kinderen zelf te leren plannen en doelen te stellen, sluit deze onderwijsvorm zeer goed aan bij het secundair onderwijs.