Visie op opvoeding en onderwijs in methodescholen
“Methodescholen” onderscheiden zich van “traditionele” scholen door de wijze waarop ze waarden uit het Pedagogisch Project van het GO! en hun eigen uitgangspunten in praktijk brengen. Ze accentueren sterker bepaalde onderwijskundige en didactische principes en integreren die uitgangspunten in het klas- en lesgebeuren en in de werkvormen en technieken die ze toepassen.
Methodescholen vertrekken vanuit de leefwereld en de belangstelling van kinderen langs waar interesses onderkend en problemen aangebracht worden, en niet via de traditionele leergebieden. Samen met de kinderen worden onderwerpen gekozen en planningen gemaakt. Leerinhouden worden zoveel mogelijk binnen het projectmatig werken geplaatst. Methodescholen streven een evenwicht na tussen projectmatig en cursorisch onderwijs.
Leren en onderwijzen worden ook bekeken binnen een visie op lange termijn. Daarom worden de gebruikte werkvormen onderbouwd door leerdoelen die gericht zijn op het “veld van de algemene ontwikkeling”. Dit houdt in dat leren een “competenter participeren aan de werkelijkheid” op het oog heeft.
Kinderen baseren hun nieuwe kennis en vaardigheden op wat ze al weten en kunnen, en dit in interactie met de omgeving. Methodescholen hanteren een dynamisch mensbeeld, zij zien kinderen als uniek en verschillend. Zij zetten zich sterk in om zicht te krijgen op de ontwikkeling van elk kind binnen het eigen referentiekader. Heterogeniteit wordt doelbewust als een meerwaarde begrepen: leeftijdsverschillen, verschillen in interesses, aanleg en ontwikkeling, verschillen inzake competenties. Op deze manier kan elk kind zich zoveel mogelijk ontwikkelen overeenkomstig het eigen ontwikkelingsniveau.
Methodescholen hechten een groot belang aan groepsdynamiek op alle niveaus. Ze gaan uit van een sterke sociale visie. Samenwerking tussen kinderen enerzijds en tussen kinderen en volwassenen anderzijds is de regel en vervangt concurrentiebevorderende werkvormen. Ook de leraar en de kinderen vormen één groep.
Coöperatief leren gaat voor individueel presteren. Vandaar het benadrukken van waarden die gericht zijn op solidariteit en wederzijds respect. Creativiteit, samenhorigheid, verdraagzaamheid en respect krijgen door deze manier van samenleven en samenwerken veel aandacht.
Gedragsproblemen worden aangepakt via gesprek, overleg en verwijzing naar de consequenties van de afgesproken regels.
In de ontwikkeling van kinderen wordt uitgegaan van de mens als individu en als gemeenschapswezen. Daarbij is een harmonische wisselwerking onontbeerlijk. De leraar besteedt, bij de organisatie van de activiteiten, bewust aandacht aan de groepsdynamische aspecten en voorziet ook ruimte voor de individuele inbreng. Methodescholen willen bij kinderen een positief zelfbeeld ontwikkelen en hun motivatie bevorderen. Dit bereikt men door aandacht te besteden aan leren door ervaren, aan ontdekken en experimenteren, aan zelf beleven en zelf sturen, aan het zelf bepalen van keuzes en het aanvaarden van de consequenties ervan. Geleidelijk moet, onder leiding van de leraar, regulatie evolueren tot zelfregulatie. De leraar blijft aanwezig in het hele leerproces, maar vervult er veeleer een coachende functie.
Via leerlingenparticipatie wordt aandacht besteed aan het hele schoolgebeuren. Deze betrokkenheid heeft niet alleen tot gevolg dat het verantwoordelijkheidsbesef van kinderen toeneemt, maar ook dat er ruimte is voor creativiteit, autonomie en teamwork. De kinderen ontwikkelen een dialoogcultuur, ontwikkelen positief zelfbeeld en worden opgevoed tot burgerzin. Respect, verdraagzaamheid, solidariteit en kritische zin zijn waarden die ook hier een voorname plaats innemen.
Ouders worden als vaste partners betrokken in de uitbouw van de school. Hun inbreng wordt georganiseerd in overleg. Daarom hebben methodescholen ook heel specifieke verwachtingen van de ouders wat hun deelname aan het schoolgebeuren betreft.
Leraren werken samen als een team. Zij hebben vele overlegmomenten en teamvergaderingen om een gezamenlijke visie te bewaken, afspraken te maken in verband met projectwerking, kinderen met specifieke problemen goed te begeleiden, kinderen te oriënteren, samen nieuwe ideeën in verband met didactiek te bespreken en eventueel uit te testen. Er wordt van hen ook verwacht dat ze ten aanzien van zichzelf en hun werking een kritische distantie kunnen bewaren.
Het onderwijs in methodescholen wil kritisch, reflectief en creatief zijn.
Een goed kindvolgsysteem, sterk uitgewerkte evaluatie- en zelfevaluatiesystemen zijn daarbij onontbeerlijk. Deze evaluaties zijn aanleiding tot overleg met alle betrokkenen.
Zelfstandig werk, bijdragen aan projecten en leiding van groepsvergaderingen worden geëvalueerd. Daarbij wordt evenveel belang gehecht aan de sociale ontwikkeling als aan de groei in kennis, vaardigheden en attitudes.
De inrichting van lokalen, gangen en open ruimtes gebeurt volgens de pedagogische uitgangspunten en het interactieve onderwijs dat aan de basis ligt.