Deze rubriek bevat een aantal teksten over de arbeidsreglementen. Arbeidsreglementen zijn door de wet van 18 december 2002 verplicht voor alle werknemers van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
De teksten werden opgesteld door het centrale niveau van het GO! ter ondersteuning van de scholen en de scholengroepen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, onder toezicht van de centrale adviescommissie Personeelsaangelegenheden. In mei 2004 werden een aantal modellen aangeboden en een manier om er mee om te gaan.
In februari 2010 werden die modellen opgefrist. We delen ook mee hoe de opgefriste modellen gebruikt kunnen worden.
1.Toelichting bij de opgefriste modellen van arbeidsreglement
maart 2010
Algemeen
- Op 5 mei 2004 werd in een gezamenlijke vergadering van het tussencomité van het centrale niveau en de tussencomités van de scholengroepen, dat van de scholengroep Brussel uitgezonderd, een protocol van akkoord met kenmerk 2004/4 afgesloten over een aantal modellen van arbeidsreglement en een werkwijze om die modellen in de scholengroepen te gebruiken. Dat akkoord sloeg op modellen voor verschillende categorieën van voornamelijk statutaire personeelsleden. Voor het model voor contractuele personeelsleden werden enigszins afwijkende opties genomen en, hoewel dat model 11 toen nog deel uitmaakte van het globale pakket, is het achteraf op een afzonderlijke wijze verder behandeld. Daarom valt dat model niet meer binnen het bestek van deze opfrissing. Dat model is te vinden op de website onder de rubriek “contractueel personeel”.
- Bij de ontwikkeling van die modellen werden een aantal principes gehanteerd:
1. In de modellen worden alleen die onderwerpen behandeld die volgens de wet van 18 december 2002 moeten worden behandeld.
2. Er worden alleen bepalingen opgenomen uit bestaande reglementeringen waarover reeds syndicale raadpleging plaatsvond.
3. Het is de bedoeling de scholengroepen te ondersteunen met modellen waarmee op een vrij eenvoudige wijze aan de regelgeving in verband met arbeidsreglementen kan worden voldaan.
- Hoewel over de materies die in de modellen werden behandeld, strikt genomen niet meer moest worden onderhandeld, heeft de overheid van het GO! in 2004 over de modellen (en hoe ze te gebruiken) een akkoord afgesloten met de representatieve vakbonden. Ook over de wijze waarop het rookverbod in de modellen wordt opgenomen werd een akkoord gesloten.
Het is echter zo dat in het verleden al kleine aanpassingen aan de
teksten zijn gebeurd, zonder dat er over onderhandeld werd. Het ging toen
om kleine wijzigingen aan de regelgeving, waarover reeds in een bevoegd
comité onderhandeld was. Op de website over de arbeidsreglementen werd
een globale lijst met aangebrachte wijzigingen bijgehouden. Die lijst is nu
opgesplitst per model.
Een aantal belangrijke bepalingen werden na 2004 aan de regelgeving
toegevoegd en werden ook aangeduid als verplicht op te nemen in de
arbeidsreglementen. Het zijn onder meer bepalingen over het rookverbod en
over het verbod op geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het
werk. Het was dan ook aangewezen de bestaande modellen grondig na te
zien en aan te passen. Omdat het hier weer om een vrij belangrijke operatie
gaat, werd er opnieuw met de vakbonden onderhandeld in een gezamenlijk
vergadering van de tussencomités van scholengroepen en het
tussencomité van het centrale niveau op 4 maart 2010.
Voor de toekomst wordt de optie genomen dat wijzigingen aan de
regelgeving waarover al onderhandeld werd in een bevoegd
onderhandelingscomité, in de modellen worden aangebracht, zonder dat dit
telkens aanleiding moet geven tot een nieuwe onderhandeling in een
gezamenlijke vergadering van het tussencomité van het centrale niveau en
de tussencomités van scholengroepen.
2.Toelichting omtrent de opties die het Gemeenschapsonderwijs heeft genomen om de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen uit te voeren
mei 2004
- Ingevolge richtlijn 91/533/EEG van de Raad van de Europese Unie van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing zijn, werd de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen door de wet van 18 december 2002 ook van toepassing gemaakt op alle werknemers van de publieke sector. Deze wet treedt in werking op 1 juli 2003. De wet somt een aantal onderwerpen op waarover het personeel geïnformeerd moet worden.
-
De afdeling “personeel” van de administratieve diensten van het centrale niveau van het Gemeenschapsonderwijs kreeg de opdracht één of meerdere modellen van arbeidsreglement uit te werken ten behoeve van de scholengroepen, die voor de toepassing van deze wet als werkgever worden beschouwd.
-
In samenspraak met de centrale adviescommissie “personeelsaangelegenheden” werd een aantal opties genomen:
- 1. Het onderwijs kent een grote hoeveelheid wetten, decreten, besluiten en omzendbrieven die de rechten en plichten van de werknemer en de arbeidsverhoudingen regelen. De onderwerpen opgesomd in de wet tot instelling van de arbeidsreglementen, behelzen slechts een gedeelte van het spectrum van deze regelgeving. Hoewel de wet toelaat andere onderwerpen te behandelen, is er voor geopteerd - behalve voor wat het model van reglement voor het contractueel personeel betreft - de bepalingen te beperken tot de onderwerpen die in de wet worden opgesomd.
- 2. Voor het contractueel personeel werd in het verleden reeds een ontwerp van arbeidsreglement in de centrale adviescommissie “personeelsaangelegenheden “ besproken. Dat model bevat wél bepalingen over andere onderwerpen dan expliciet in de wet opgesomd. Bij de ontwikkeling van dit ontwerp werd uitgegaan van de bekommernis contractuele werknemers zo duidelijk mogelijk te informeren over hun rechten en plichten, die uitgebreider werden opgenomen in de handleiding contractueel personeel. Over de bepalingen in deze handleiding werd op 17 januari 2001 in de gezamenlijke vergadering van de basiscomités van de scholengroepen, het basiscomité voor de pedagogische begeleidingsdienst en het tussencomité van het centrale niveau voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs onderhandeld.
- 3. Voor de overige categorieën van werknemers werd dus een minder ambitieuze optie genomen: in artikel 6 van de wet zijn 16 onderwerpen opgenomen, verwoord in functie van wat belangrijk is voor werknemers uit de privé-sector (aanvang en einde van de gewone arbeidsdag, rusttijden, betaling van het loon, opzeggingstermijnen, verbreking overeenkomst, straffen en geldboeten, beroepsprocedures, algemeen reglement op de arbeidsbescherming, jaarlijkse vakantie, ondernemingsraad, preventiediensten, arbeidsinspectie enz.) en waarrond de inspectie van de sociale wetten kan optreden. Die onderwerpen moeten worden vertaald naar de openbare sector, met name naar een statutaire tewerkstelling. Wat de omschrijving van de onderwerpen en de titels van de hoofdstukken betreft, werd er voor geopteerd uit te gaan van de libellering van de wet. Er werd voor geopteerd het reglement tot die onderwerpen te beperken. Belangrijk daarbij is dat in de memorie van toelichting bij de wet van 18 december 2002 wordt gesteld dat het arbeidsreglement in de openbare diensten in essentie een informatierol vervult.
- 4. Omdat de regelgeving over bepaalde onderwerpen zo verschillend is naar gelang het type van instelling (instellingen van het kleuter-, lager en basisonderwijs, van het buitengewoon basisonderwijs, van het secundair onderwijs ,van het buitengewoon secundair onderwijs, van het deeltijds kunstonderwijs, van het volwassenenonderwijs, de (autonome) internaten, de centra voor leerlingenbegeleiding enz.) werd er voor geopteerd om per type instelling een apart model uit te werken. Ook voor de personeelsleden die aangesteld of geaffecteerd zijn aan de scholengroepen, werden aparte modellen uitgewerkt.
- 5. Er werden enkel bepalingen opgenomen uit bestaande reglementeringen, met - waar het kan - verwijzing naar die reglementaire teksten die tot stand kwamen na syndicale raadpleging. Op 5 mei 2004 werden omtrent de modellen en de begeleidende teksten een protocol van akkoord afgesloten in de gezamenlijke vergadering van de tussencomités van de scholengroepen en het tussencomité van het centrale niveau tussen de representatieve vakorganisaties en de gemandateerde algemeen directeurs als vertegenwoordigers van de scholengroepen. Dit betekent dat die aspecten niet meer formeel moeten geagendeerd worden op de dagorde van de lokale comités. Dat neemt niet weg dat het aangewezen is ze informatief te agenderen.
- 6. Analoog aan de beslissing van de Vlaamse minister van ambtenarenzaken, Paul Van Grembergen, om in afwachting van de verdere ontwikkelingen in verband met het Beter Bestuurlijk Beleid, voorlopig geen arbeidsreglementen uit te werken voor de ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap en de Vlaamse openbare instellingen werd er voor geopteerd geen model(len) uit te werken voor de categorieën van personeelsleden van instellingen voor buitengewoon onderwijs, voor de personeelsleden van het internaat en het tehuis dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandregeling verbonden aan de basisschool Kuurne en voor de personeelsleden van de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijk gebied Brussel, die in het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid zouden overgaan van het beleidsdomein “onderwijs” naar het beleidsdomein “welzijn”.
- 7. Een aantal personeelsleden is aangesteld of geaffecteerd aan een instelling en zou in principe onder het model van schoolreglement vallen waaronder die instelling valt. Zij voeren echter hun opdracht uit in een andere instelling van de scholengroep of voor de totaliteit van de scholengroep en dit in toepassing van artikel 39bis, 40novies, 49bis van het DRP of van artikel 77 van het decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. Het is dan ook mogelijk dat de bepalingen van het model van de instelling waarin zij zijn aangesteld of geaffecteerd niet allemaal op hen van toepassing zijn en dat er specifieke regelingen worden afgesproken. Voor die personeelsleden moet in een bijlage bij het arbeidsreglement vermeld worden dat zij in toepassing van de net vermelde regelgeving inzetbaar zijn in andere instellingen dan die van aanstelling of affectatie en dat hun specifieke uurroosters beschikbaar zijn bij de directeurs van de betrokken instellingen.
- 8. Omdat de implementatie van de arbeidsreglementen in het onderwijs geen eenvoudige zaak is, werd beslist dat scholengroep 24 als eerste scholengroep de arbeidsreglementen zou uitwerken. Uitgaande van de ervaring die daarbij werd opgedaan, werd een procedure uitgewerkt die door alle andere scholengroepen kan gehanteerd worden. Het initiatief in de procedure gaat uit van de algemeen directeur, die op de modellen de gegevens aanbrengt die gelden voor alle instellingen van zijn scholengroep. De directeurs (en de beheerders van autonome internaten) brengen daarna de gegevens aan die specifiek zijn voor hun instelling. De algemeen directeur stuurt de reglementen gezamenlijk door naar het kantoor van de gewestelijke dienst van de inspectie van de sociale wetten.
- 9. Omdat de toepassing van deze wet heel wat verplichtingen meebrengt voor de scholengroepen en de documentatie omvangrijk is, werd er in de rubriek “rechtspositieregeling” van de website van het Gemeenschapsonderwijs een pagina aan besteed. In het licht van het protocol over de onderhandeling in de gezamenlijke vergadering van 5 mei 2004 van de tussencomités van de scholengroepen en het tussencomité van het centrale niveau voor de personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, worden de scholengroepen die een volmacht gaven, geacht zich aan de voorgestelde modellen te houden.
3.Het gebruik van deze modellen
maart 2010
In principe hebben de scholengroepen die al arbeidsreglementen hebben opgesteld en ze hebben doorgezonden aan de externe directie Toezicht op de Sociale Wetten, van die dienst voor die reglementen een identificatienummer gekregen
In dat geval kan u voor de wijzigingen aan het arbeidsreglement op twee manieren te werk gaan:
Minimaal: u stuurt een brief met kopieën van de lijsten met wijzigingen per model naar de externe directie. Als er nog andere wijzigingen werden aangebracht dan in de modellen, moeten ook dié wijzigingen worden meegedeeld. Bij het opsturen van wijzigingen aan modellen die reeds een registratienummer kregen, vermeldt u best dat registratienummer op het document dat de aangebrachte wijzigingen bevat.
U bewaart een kopie van de lijsten bij de oorspronkelijke arbeidsreglementen (met het identificatienummer) op de plaats waar de arbeidsreglementen kunnen worden geraadpleegd.
Maximaal: u brengt alle wijzigingen aan in het arbeidsreglement zelf. U voegt een kopie toe van het blad met het identificatienummer en stuurt het geheel naar de externe directie.
U bewaart het nieuwe reglement met het originele blad van het oorspronkelijke arbeidsreglement waarop het identificatienummer werd aangebracht, op de plaats waar de arbeidsreglementen kunnen worden geraadpleegd.
Artikel 15 van de wet zegt dat de werkgever iedere werknemer een afschrift geeft van het arbeidsreglement. Hetzelfde artikel zegt ook duidelijk dat de werknemers steeds inzage moeten kunnen nemen van het definitieve reglement en de wijzigingen eraan.
4.Het gebruik van de oorspronkelijke modellen mei 2004
- een leidraad voor algemeen directeurs, met:
in bijlage 1 een aantal toelichtingen over de behandeling van de modellen 1 tot en met 10.
in bijlage 2 een aantal toelichtingen over de behandeling van model 11 voor de contractuelen.
in bijlage 3 de adressenlijsten van de inspectiediensten van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid & Sociaal overleg.
in bijlage 4 een model van begeleidende brief voor verzending van de ingevulde modellen naar de inspectiediensten van de federale overheidsdienst.
- een leidraad voor directeurs (en beheerders van autonome internaten), met:
in bijlage 1 een aantal toelichtingen over de behandeling van de modellen 1 tot en met 8.
in bijlage 2 een aantal toelichtingen over de behandeling van model 11 voor de contractuelen.
5. De opgefriste modellen
maart 2010
- model 1 voor de statutaire personeelsleden van het gewone kleuter-, lager en basisonderwijs.
- model 2 voor de statutaire personeelsleden van het buitengewoon basisonderwijs.
- model 3 voor de statutaire personeelsleden van het buitengewoon secundair onderwijs.
- model 4 voor de statutaire personeelsleden van het gewoon secundair onderwijs.
- model 5 voor de statutaire personeelsleden van het deeltijds kunstonderwijs.
- model 6 voor de statutaire personeelsleden van het volwassenenonderwijs .
- model 7 voor de statutaire personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding.
- model 8 voor de statutaire personeelsleden van de internaten.
- model 9 voor het vastbenoemd meesters-, vak- en dienstpersoneel.
- model 10 voor de statutaire personeelsleden aangesteld of geaffecteerd aan een scholengroep.
6. De lijsten met wijzigingen per model
maart 2010
- lijst 1 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van het gewone kleuter-, lager en basisonderwijs.
- lijst 2 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van het buitengewoon basisonderwijs.
- lijst 3 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van het buitengewoon secundair onderwijs.
- lijst 4 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van het gewoon secundair onderwijs.
- lijst 5 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van het deeltijds kunstonderwijs.
- lijst 6 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van het volwassenenonderwijs .
- lijst 7 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding.
- lijst 8 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden van de internaten.
- lijst 9 met wijzigingen aan het model voor het vastbenoemd meesters-, vak- en dienstpersoneel.
- lijst 10 met wijzigingen aan het model voor de statutaire personeelsleden aangesteld of geaffecteerd aan een scholengroep.