Gewoon secundair onderwijs

Gewoon secundair onderwijs 

Het secundair onderwijs is na het basisonderwijs , de tweede belangrijke stap in de schoolloopbaan. In het secundair onderwijs vergroot elke leerling op zijn persoonlijk niveau zijn kennis en inzicht, ontwikkelt hij de noodzakelijke vaardigheden en attitudes om hem weerbaar te maken in de maatschappij en om zijn slaagkansen in het hoger onderwijs te optimaliseren.

Er is voltijds secundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs en modulair onderwijs.

De structuur van het gewoon voltijds secundair onderwijs
De eerste graad omvat het eerste leerjaar A, het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar van de eerste graad en het beroepsvoorbereidend leerjaar. De leerlingen maken een keuze tussen verschillende studierichtingen in het tweede leerjaar van de eerste graad en in het beroepsvoorbereidend leerjaar.

 In de tweede en derde graad zijn er vier onderwijsvormen, met elk een aantal studiegebieden:
- het A.S.O.: algemeen secundair onderwijs
- het B.S.O.: beroepssecundair onderwijs
- het K.S.O.: kunstsecundair onderwijs
- het T.S.O.: technisch secundair onderwijs

 In principe zijn er in elke graad twee studiejaren. Er zijn een paar uitzonderingen:

  • in het BSO kan er een derde jaar zijn in de tweede graad.
  • In alle onderwijsvormen kan er een derde jaar in de derde graad zijn.
  • In het BSO is ook een vierde graad mogelijk voor bepaalde specialisaties. 

Het deeltijds beroepssecundair (DBSO)
Het DBSO kan worden ingericht op het niveau van de tweede en de derde graad van het voltijds secundair onderwijs. Het kan enkel worden verstrekt gedurende de uren en de dagen waarop voltijds secundair onderwijs wordt verstrekt en dit gedurende 40 weken naar rata van 15 wekelijkse lestijden van 50 minuten. 

Het modulair onderwijs

Naast het 'lineaire' stelsel (met graden en leerjaren), loopt in het B.S.O. en het D.B.S.O. sinds september 2000 het experiment modulair onderwijs.
In dit stelsel bestaan geen graden, leerjaren en studierichtingen. Het modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen, die elk uit één of meer modules bestaan. 

Eindtermen en ontwikkelingsdoelen

Eindtermen zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Voor het gewoon secundair onderwijs worden ze vastgelegd per graad en per onderwijsvorm. Naast de vakgebonden eindtermen zijn er ook vakoverschrijdende en specifieke eindtermen.

 Voor de basisvorming van het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar van de eerste graad zijn er ontwikkelingsdoelen vastgelegd.  Het zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid wenselijk acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie en die de school bij haar leerlingen moet nastreven. Ontwikkelingsdoelen kunnen vakgebonden of vakoverschrijdend zijn.

 Onze aanpak

Centraal in onze aanpak is het streven naar maximale leerwinst voor elke leerling. Dit betekent naast het ontwikkelen van kennis en vaardigheden ook het aanwakkeren van de creatieve en kritische ingesteldheid ten aanzien van mens, natuur en samenleving, opdat elke leerling maximale ontplooiingskansen zou hebben in de maatschappij. De leerling begeleiden in een goede studiekeuze- en loopbaanoriëntering is bijgevolg van fundamenteel belang.

 

GO! Alhambragebouw Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 info@g-o.be Disclaimer Privacy