Technische richtlijnen

Technische richtlijnen 

Wat zijn de richtlijnen voor het leggen van hyperlinks?

Wanneer welke stijl van hoofding gebruiken? (H1-H6)

Wat zijn de richtlijnen voor het plaatsen van afbeeldingen en foto’s?

Wanneer en op welke pagina’s mag ik als rubriekverantwoordelijke een button plaatsen?

Hoe kan ik ervoor zorgen dat onze website hoog scoort in Google?

>>> Handleiding beheer sites en subsites met sharepoint

 

Wat zijn de richtlijnen voor het leggen van hyperlinks?

We onderscheiden 4 types van hyperlinks:

  • Documentlinks

Documentlinks zijn hyperlinks naar een word/xls/pdf-document. Het document moet eerst opgeladen zijn in Sharepoint vooraleer u er een link naar kunt leggen.

We geven de voorkeur aan pdf-documenten. Bij word- en excel-documenten zal Sharepoint steeds een inlogbox tonen vooraleer het document vrij te geven. Dat is op publieke websites niet gebruiksvriendelijk. Een pdf-document oogt ook professioneler. U kunt zelf een document omzetten naar een pdf, met behulp van de pdf-writer via de optie ‘afdrukken’.

Kies enkel voor word- of exceldocumenten als de documenten nog aanpasbaar of invulbaar moeten zijn door diegene die ze downloadt.

Vink bij het leggen van een link naar een document steeds de optie ‘Altijd openen in een nieuw venster’ aan.

  • Externe hyperlinks

Externe weblinks zijn hyperlinks die doorlinken naar een pagina op een andere website. D.i. een niet-GO!-website. Ook subsites (vb. gezondheidssite, preventiesite,…) zijn ten opzichte van de GO! portaalsite ‘extern’.

Vink bij het leggen van een externe link steeds de optie ‘Altijd openen in een nieuw venster’ aan.

  • Interne hyperlinks

Interne weblinks zijn hyperlinks die doorlinken naar een andere pagina binnen dezelfde website. Bijvoorbeeld: de titels van de artikels van de dagkrant.

Interne weblinks openen nooit in een nieuw venster.

  • Grafische hyperlinks

Een grafische hyperlink is een link die op een afbeelding of foto ligt. Door met de muis over de afbeelding te bewegen ziet de surfer dat er een link achter ligt.

  • Vul bij de afbeelding steeds een alt-tekst in wanneer u de afbeelding invoegt. Zo weet de surfer wat hij mag verwachten als hij op de foto klikt.
  • Een grafische hyperlink kan intern of extern zijn. Pas dus ook de daarbij horende richtlijnen toe.  

Lees ook de stilistische richtlijnen over hyperlinks.

 Wanneer welke stijl van hoofding gebruiken? (H1-H6)

Met behulp van de voorgeprogrammeerde hoofdingen kunt u structuur in de webpagina brengen. Om het overzicht te behouden is het aantal hiërarchische niveaus beperkt tot 3. Er is ook een stijl voorzien om tekst te accentueren.  

  • Hoofding 1 van de voorgeprogrammeerde ‘styles’ is de stijl van de paginatitel. Die stijl wordt automatisch toegepast op de tekst die u in het vak ‘title’ intikt. In de body-tekst hoeft u hoofding 1 met andere woorden nooit te gebruiken.
  • Hoofding 2 (gekleurd, groter) gebruiken we voor subtitels.
  • Hoofding 3 of 4 (grijs, vet) gebruiken we voor subtitels op het tweede niveau.
  • Hoofding 5 gebruiken we enkel om woorden of zinnen te accentueren. Bijvoorbeeld: een quote. Wees zuinig met zulke accenten!

 Voorbeeld

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat zijn de richtlijnen voor het plaatsen van afbeeldingen en foto’s?

Als u een foto toevoegt op een webpagina, doe dat met de volgende specificaties:

  • Spacing: horizontal 4px, vertical 4 px 
  • Maximale breedte: 250 px
  • Formaat: 72 dpi

 Wanneer en op welke pagina’s mag ik als rubriekverantwoordelijke een button plaatsen?

De volgende twee principes gelden bij het plaatsen van buttons in de rechterbalk van een webpagina.

  • Variabele buttons op de dagkranten

Op het ogenblik dat een nieuwe subsite online komt wordt deze aangekondigd via een artikel in de dagkrant. De site wordt ook in de kijker gezet via een button in de rechterkolom van één of meer van de 6 dagkranten waar het thema mee verwant is. De nieuwe button wordt ook mee opgenomen in de GO! nieuwsbrief. Zo’n nieuwe button mag ongeveer twee weken op de dagkrant blijven staan. Na twee weken treedt bij een gemiddelde surfer immers ‘bannerblindness’ op. Ze ‘zien’ de button niet meer, omdat die er al zo lang staat.

De dagkrantverantwoordelijke beheert deze buttons.

  • ‘Vaste’ buttons op ankerpagina’s

Dat de button van de dagkrant verwijderd wordt, betekent echter niet dat de toegang tot de subsite verdwenen is. Elke subsite moet immers beschikken over een zgn. ankerpagina in de portaalsite. Op die pagina zal nog een link naar de subsite liggen, via de daartoe bestemde button.

De rubrieksverantwoordelijke beheert deze button. Wanneer hij/zij het relevant acht om bijkomende buttons op een pagina te plaatsen doet hij dat in overleg met de inhoudelijke webmaster. 

Hoe kan ik ervoor zorgen dat onze website hoog scoort in Google?

Een belangrijk kanaal om onze klanten en scholen te bereiken zijn zoekmachines (bv. Google). Natuurlijk is het dan ook van belang dat onze websites hoog scoren in Google, wanneer iemand er een trefwoord intikt.

‘Bij welke trefwoorden willen wij hoog scoren in Google?’ is een belangrijke vraag om uzelf te stellen wanneer u een webtekst schrijft. Uiteraard bij woorden die onze core-business vormen, zoals ‘onderwijs’, ‘scholen’, maar ook thema’s waarmee het GO! zich profileert zoals ‘Gezondheid’, ‘Actief pluralisme,…

Enkele tips om goed te scoren…

  • Een goede titel

Geef aan uw webpagina een goede titel. De titel weegt sterk door in de rangschikking van een zoekrobot. Gebruik dus betekenisvolle termen in uw titels. Wees niet cryptisch of vaag.

Vb. ‘Schoolreglementen’ in plaats van ‘Goede afspraken, goede vrienden.’

  • Leg betekenisvolle hyperlinks.

Vermijd ‘Klik hier voor...’ Ook de tekst waarop u de link legt (de ankertekst) weegt door in de rangschikking. Leg de link dus op een betekenisvol woord. Bijvoorbeeld: Lees de voorwaarden voor het oprichten van een kinderdagverblijf. Niet alleen valt de essentie van uw zin meer op, het verhoogt ook de score in Google.

  • Klantvriendelijke woordenschat

Schrijf in een taal die onze ‘klanten’ echt gebruiken. Stel uzelf de vraag of alle woorden in uw tekst duidelijk zijn voor ons websitepubliek (i.e. onze instellingen, ouders, pers…) Gebruik de woordenschat die zij zouden gebruiken. Vermijd dus afkortingen en jargon. Voorbeeld: ‘Centrum voor nascholing’ in plaats van ‘NAS’. De kans dat iemand op zoek naar nascholing ‘nas’ intikt in Google is kleiner dan dat hij ‘nascholing’ intikt. 

 


 
Verantwoordelijke Cynthia Vanhee - cynthia.vanhee@g-o.be - tel. 02 790 94 44 - laatste update 03.10.2008

GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 www.g-o.be