Franky Van Laethem

Franky Van Laethem 

Terug naar alle VIP's

Leerkracht basis

“Ik ben de bijwerkleerkracht. Als je dat zegt, weet iedereen genoeg.
Het kan ook indrukwekkend klinken: bijzondere leraar individueel onderwijs. Maar uiteindelijk ben ik op school een soort manusje-van-alles. Een van de vele dingen die ik doe, is de leerlingen aan het begin en aan het einde van een schooljaar testen. Die resultaten zijn zeer belangrijk, want zo wordt de niveauwerking bepaald. Ik begeleid uiteraard leerlingen, maar bij afwezigheid van de directeur vervang ik haar voor pedagogische zaken. De nieuwe collega’s opvangen behoort eveneens tot mijn takenpakket, net als alles wat met de schoolkrant te maken heeft: van kopij over redactie tot opmaak. Ook doet de school een beroep op mij om bepaalde klasactiviteiten voor leerdoeleinden te filmen, die achteraf te monteren en op dvd te branden...

En ik ben ook nog ICT-coördinator. Officieel werk ik drie uurtjes in die functie. In die drie uurtjes onderhoud ik de computers, ondersteun ik collega’s en help ik ook nog eens mee aan het opzetten van al dan niet draadloos internet in elke pedagogische unit. De bedoeling is dat het aan het eind van het schooljaar in alle klassen operationeel is. Daar komt echter zoveel werk bij kijken dat ik drie keer dat uurtje aan het einde van de dag voorzie. Dan kan ik na de uren blijven doorwerken, anders raakt het werk niet klaar...”

Mijn lief gevolgd

Als kind droomde ik er al van om onderwijzer te worden. Toen ik ging voortstuderen, rezen er plotseling twijfels. Maar ik ben mijn lief gevolgd. En daar heb ik nog geen minuut spijt van gehad. Zij wilde immers lesgeven in het lager onderwijs. Dat lief is bovendien mijn vrouw geworden. We geven dan ook nog eens op dezelfde school les! Hoewel niet op dezelfde locatie: zij in Erpe, en ik in Mere.
Elke dag is anders als je onderwijzer bent. Er wachten steeds nieuwe uitdagingen. Het is natuurlijk schitterend dat je het zelfvertrouwen van leerlingen met een zwakke basiskennis kunt opkrikken, en dat je hun basiskennis kunt verruimen.
Maar ook de vriendschap motiveert mij, vriendschap van de kinderen en van collega’s. Vriendschap is belangrijk bij ons, de school straalt gemoedelijkheid uit. En daar hoort natuurlijk een fikse dosis humor bij. De meeste stagiairs, die toch op verschillende scholen komen, vinden het hier buitengewoon tof. Het feit dat niemand hier aan zijn lot wordt overgelaten of minachtend bekeken wordt, heeft daar veel mee te maken. Het korps is een hecht team. Iedereen helpt iedereen. Wij springen voor iedereen in de bres.

Pilleke

Ik neem de moeilijkheden op school soms mee naar huis, ja. En dan praat ik er thuis met mijn vrouw over, en zoeken we samen oplossingen. Voor ons houdt de school niet op als we thuis zijn. We geven zelfs onze gsm-nummers mee aan de ouders, zodat zij ons, indien nodig, een seintje kunnen geven. Vandaag bijvoorbeeld had een kind zijn boekentas op de bus laten staan. Het ergste was echter dat in die tas zijn pilleke zat, Rilatine. Daardoor lag hij ziek op de zetel. Wel ja, dan begin je te bellen, hé: naar de busmaatschappij, naar de ouders. Je stelt die jongen gerust, want als kinderen niet geholpen worden bij een kleine moeilijkheid, dan wordt dat algauw een groot probleem. Overigens zijn de situaties die we bij sommige huisbezoeken aantreffen heel tragisch… Dat zet je niet altijd zomaar van je af.

Meegroeien met de kinderen

Naarmate ik ouder word, vlot de omgang met de leerlingen steeds beter. Vroeger maakte ik mij sneller boos. Ik groei mee met de kinderen en heb het gevoel dat ik ze steeds beter begrijp. Maar kinderen kunnen er ook – meestal onbewust – voor zorgen dat je je grens bereikt. Als dat bij een collega gebeurt, springen wij in. Je hoort bij de leerlingen dan vaak hetzelfde verhaal: die leraar heeft iets tegen mij.
Ik probeer dat te voorkomen door de kinderen ervan te overtuigen dat geen enkele leraar iets tegen een leerling heeft, maar wel tegen zijn onaangepast gedrag.

Tegen de weerloosheid

Ik wil graag kinderen mondiger, assertiever maken. Sommige kinderen die bij ons op school komen, zijn heel weerloos. Ik ben altijd blij als zo’n kind van zich durft af te bijten. Ik wil hen succes laten beleven, want velen hebben een zeer negatief zelfbeeld. Wist je dat veel kinderen heel blij zijn dat ze bij ons ‘mogen’ komen?! In het gewoon onderwijs worden ze uitgemaakt voor dommerik en bij ons voelen ze dat ze echt wel iets kunnen. Een onderwijzer in de gewone lagere school moet uiteraard zijn eindtermen halen, waardoor de druk groter is. Bij ons wordt er over ontwikkelingsdoelen gesproken, waarbij een kind de gelegenheid krijgt zich rustiger te ontwikkelen. Uiteraard moeten er bij ons ook doelen gehaald worden. Bovendien is het buitengewoon onderwijs geen mirakeluitkomst. Soms zijn er problemen die ook wij niet kunnen oplossen…

De broek van meester Yvan

Ik herinner me een meisje dat ontzettend zwak voor wiskunde was. Ze kwam bij mij voor therapie. Het kind had een enorm negatief zelfbeeld. De moeilijke min-oefeningen met brug lukten absoluut niet. Ze oefende ook thuis, samen met haar opa. Ze dacht echt dat ze het nooit zou kunnen. En net toen het lukte, net toen ze die moeilijkheid onder de knie had, stierf haar opa. Ik zie haar nog binnenkomen. Ze zei: "Nu kan ik het mijn pépé niet vertellen…"
Maar misschien is het prettiger om met een leuke anekdote af te sluiten. Hier vlakbij bevindt zich de gemeente Lede, die hier in de volksmond ‘Lee’ heet. Op een dag kwam een jongetje dat maar net kon lezen mij vertellen dat hij wist in welke gemeente meester Yvan woonde. Ik vroeg hem wie hem dat verteld had, maar hij wist me trots te zeggen dat het gewoon achteraan op meester Yvans broek stond!

 

GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 www.g-o.be