Terug naar alle VIP's
Leerkracht hoger SO

Samenwerken met bedrijven
Ik ben bewust een jaar in de privésector gaan werken om nadien met veel nieuwe bagage terug naar school te komen. Ik vind het uitstekend dat mensen die technische vakken geven geregeld stage lopen in een bedrijf of bij een overheidsdienst. Alleen zo kunnen ze van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte blijven. In andere Europese landen is dat trouwens al verplicht. In Finland bijvoorbeeld moeten leraars van praktijkvakken om de vijf jaar een jaar lang in een bedrijf gaan werken. Ik vind dat die mogelijkheden in Vlaanderen op dit moment nog te weinig worden benut. Meer samenwerking tussen enerzijds het technisch onderwijs en beroepsonderwijs en anderzijds het bedrijfsleven kan voor alle partijen alleen maar een verrijking zijn.
Je eigen fascinatie doorgeven
Ik ben gefascineerd door bosbouw, natuurbeheer en machines en ik probeer die fascinatie door te geven aan jonge mensen; ik mag hen opleiden in wat ik zelf graag doe. Ik kan me dus geen betere job voorstellen.
Ik ben klassenleraar van het zevende jaar bosbouw (BSO) en geef in die klas zelf 17 van de 34 lesuren, praktijklessen en theoretisch-technische vakken zoals natuurbeheer en bosbeheer. Ik toon de leerlingen bijvoorbeeld hoe ze ziektes en schadebeelden kunnen herkennen en hoe ze in dergelijke situaties moeten ingrijpen. Wij zijn dus geen arbeiders die alleen uitvoerend werk doen.
Onze leerlingen moeten goed weten waarmee ze bezig zijn, hoe ze het werk het best aanpakken en hoe ze problemen kunnen oplossen. Waarom wordt landbouwgrond omgevormd tot bosgebied? Waarom planten we bepaalde boomsoorten op bepaalde plaatsen?
Mijn leerlingen
Onze school is de enige in Vlaanderen die deze opleiding aanbiedt. We krijgen dan ook leerlingen uit alle streken over de vloer. Wie van ver komt, is doorgaans heel gemotiveerd. De jongens die vanuit de eigen school instromen, zijn bij de start vaak vooral geïnteresseerd in praktische zaken als werken met een kettingzaag. Maar gaandeweg groeit de interesse voor de ruimere opleiding, en dat is mooi om te zien. In een zevende jaar BSO, een specialisatiejaar, heb je doorgaans ook een grote instroom uit het TSO. Die leerlingen leren sneller en trekken het niveau en de motivatie van de klas omhoog, zonder dat we over de hoofden van de anderen heen gaan praten. De leerlingen trekken elkaar echt mee.
Onze school wordt gevraagd
De voorbije jaren heb ik in de sector veel contacten opgebouwd die van grote waarde zijn. Ik ken de Vlaamse bos- en natuurbeheersector op mijn duim en heb intussen het vertrouwen van heel wat mensen gewonnen. De praktijkvakken doen we altijd op verplaatsing, want de school beschikt zelf niet over voldoende bos. Op dit moment worden we daar zelfs voor gevraagd, terwijl ik vroeger zelf vragende partij was. Mijn contacten zijn ook nuttig om leerlingen aan een stageplaats of zelfs aan een job te helpen. De meeste afgestudeerden vinden trouwens gemakkelijk werk, de meesten als vakbekwame bos-, natuur- of groenarbeiders, en de besten als bos- of natuurwachter.
Nieuwe bagage
Ik ben ook bewust een jaar in de privésector gaan werken om nadien met veel nieuwe bagage terug naar school te komen. Ik vind het uitstekend dat mensen die technische vakken geven geregeld stage lopen in een bedrijf of bij een overheidsdienst. Alleen zo kunnen ze van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte blijven. In andere Europese landen is dat trouwens al verplicht. In Finland bijvoorbeeld moeten leraars van praktijkvakken om de vijf jaar een jaar lang in een bedrijf gaan werken. Ik vind dat die mogelijkheden in Vlaanderen op dit moment nog te weinig worden benut. Meer samenwerking tussen enerzijds het technisch onderwijs en beroepsonderwijs en anderzijds het bedrijfsleven kan voor alle partijen alleen maar een verrijking zijn.
Ik ben Pedro
Het lesgeven zelf dan. Ik heb de voorbije jaren een eigen stijl ontwikkeld in mijn relatie tot de leerlingen. Ze spreken me aan met de voornaam. Ik vind dat dit wel mag als je met leerlingen van 18 en ouder te maken hebt. En zoiets kan ook in een groep die niet te groot is: in mijn klas zitten negen leerlingen en ik wil er voor hen zijn. In september vindt er altijd een geïntegreerde werkperiode (GWP) plaats in Voeren, waar we elkaar goed leren kennen. De eerste dag gaan we samen op stap, nadien gaan we samen aan het werk. Na die week weet ik wie er voor mij staat en vice versa. Mijn leerlingen respecteren mij omwille van mijn vakbekwaamheid en omdat ik correct met hen omga. Als ik merk dat er een probleem is, speel ik daar direct op in, want je mag zoiets niet laten escaleren.
Ik sta open voor discussie en durf ook toegeven dat ik soms een fout maak. Als we een boom vellen en hij valt verkeerd, dan heb ik een inschattingsfout gemaakt. Of als ik voorstel om op een terrein in een bepaalde hoek te beginnen planten, dan mogen leerlingen argumenten aanbrengen om in een andere hoek te beginnen.
Ik wil leerlingen ook leren samenwerken. Ik laat ze bijvoorbeeld in twee groepen werken, waarbij ze leren observeren en elkaar opbouwende kritiek te geven. Ze leren uit hun eigen fouten, maar ook van elkaar.
Mijn mooiste moment
Ik beleef heel veel mooie momenten in mijn job. Dat was ook vandaag het geval: lekker weertje, zonneschijn en 2300 bomen die geplant moesten worden. We vlogen erin en in de late namiddag was de klus geklaard. Daarvan kan ik intens genieten.
Het allermooiste moment beleefde ik tijdens onze week in Voeren, waar we altijd twee avonden dassenobservatie op het programma zetten. De jongens zitten dan urenlang muisstil te turen door hun verrekijker. Dat is echt uniek, en niet alleen omdat dit de enige keer in het jaar is dat ik ze niet hoor. De laatste keer hebben we vijf dassen kunnen ontdekken, de jongens waren echt euforisch.
We nemen ook deel aan een Europese wedstrijd houthakken voor studenten. We eindigden de laatste keer als achtste van de 24 ploegen; een heel goed resultaat, want Vlaanderen stelt op het vlak van bosbouw niet veel voor. We moesten het opnemen tegen sterke bosbouwlanden als Oostenrijk en Letland. Onze leerlingen waren bijzonder gemotiveerd om te oefenen en hebben goed hun mannetje gestaan.
Geweldige job
Ik ben nog altijd even enthousiast als in het begin, en ik ben intussen ook gegroeid in mijn job. Mocht ik mijn leven overdoen, ik zou zeker hetzelfde kiezen, absoluut. Ik heb een heel dankbaar publiek voor de vakken die ik geef. Het is misschien moeilijker om als leraar wiskunde voor deze jongens te staan, maar mijn job is geweldig. Als de leerlingen het nut inzien van wat ze leren – en daarvoor zorg ik altijd – dan loopt het vanzelf.