Creatieve wisselwerking tussen taal en fysica
‘Na een omweg aan de VUB in de ingenieursopleiding kwam ik uiteindelijk in mijn huidige vakgebied van fysica en logica terecht. Fundamenteel onderzoek is mijn grootste motivator maar samen met mijn team proberen we verder te gaan dan zuiver onderzoek naar de fundamenten van de fysica. De quantum wereld verschilt heel erg van onze wereld en toch willen we die verzoenen. Onder andere door het vertalen van basisprincipes naar grafische talen. Die lijken een beetje op wat naïeve tekeningen’, vertelt hij lachend. ‘De toepassingen van dit domein, ‘quantum computing’, staan wel nog in de kinderschoenen. Onze inspiratiebron zijn onder andere de vele onderzoeken over de logica en structuur van taal. We willen fysica beter begrijpen dankzij de taal, en vice versa.’ Met zo’n intensieve studie die hem ook dikwijls in het buitenland brengt voor lezingen, heeft hij niet veel tijd voor hobby’s. ‘Vroeger speelde ik muziek in een groep. Gitaar en ik prutste ook met elektronische samples. We zetten die muziek ook zelf op cd, toen was dat lang niet zo eenvoudig als nu. En dat wil ik misschien wel opnieuw doen, in een band spelen. Tijdens mijn lezingen probeer ik het publiek wel te entertainen door van mijn voordrachten bijna artistieke performances te maken. Die grafische en visueel interessante grafische talen hebben een redelijk hoog rock & roll- en kunstgehalte. In die voordrachten kan ik veel creativiteit kwijt. Een creativiteit en onbevangenheid die ik in België als onderzoeker miste. De academische wereld in België wordt nog te veel gedreven door politiek, verzuiling en taalkwesties. Eigen initiatief werd niet steeds in dank afgenomen, weet ik uit eigen ervaring. Die tegenstellingen met wat de academische wereld zou moeten zijn voor mij vormden mijn grootste motivatie om naar het buitenland te trekken. Een van de beste beslissingen uit mijn leven.’
‘Vrij relax’
‘Als ik vergelijk met vrienden die in het college school liepen, ging het er bij ons vrij relax aan toe,’ lacht hij. ‘School was voor mij toen niet zo belangrijk. Sport was mijn ding. Maar ik herinner me dat toen ik besliste om voor ingenieur te gaan, mijn leraar wiskunde spontaan aanbood om me bijles te geven. Zonder er iets voor terug te vragen. De meeste leerkrachten waren nogal sociaal gericht. Er werden veel extra-curriculaire activiteiten georganiseerd. Mijn vrienden en ik die de schoolkrant in elkaar staken kregen veel steun en verantwoordelijkheid van de school. Tof! En het klopte ook niet wat ze zeiden dat het college ‘beter’ zou zijn. Van mijn jaar heeft een pak mensen het heel goed gedaan op de universiteit. Een klasgenoot en ik werden eerste en derde bij de ingenieurs. Niet slecht op een groep van 150. Ik dacht altijd dat die mannen van het college zo gedrild waren dat ze het beu waren, al dat leren’, besluit hij licht ironisch.