Kind zijn
Wanneer je met kinderen werkt, behoud je een beetje het kind in jezelf. Kinderen hebben meer oog voor detail, ze vinden het geluk in kleine dingen. Volwassenen staan daar veel minder voor open. Kinderen beschikken bovendien over veel meer energie en leven echt in het heden.
Als leerkracht vind ik het mijn taak om kinderen te helpen groeien, om ervoor te zorgen dat ze hun plaats vinden in de maatschappij. Ik wil hen kennis, vaardigheden en attitudes bijbrengen. Ik vind het heel belangrijk dat ze eerbied en respect hebben voor anderen. Je kan een positieve invloed uitoefenen op het verdere leven van kinderen en dat zorgt ervoor dat lesgeven een uitdaging is. Je bent in het onderwijs niet bezig met een product, maar met een heel proces.
Klasklok
Eerst en vooral wil ik een aangenaam klasklimaat creëren. Er moet een sfeer van betrokkenheid hangen. Het welbevinden van mijn leerlingen is prioritair. In de klas hangt een klasklok. De linkerkant daarvan is groen en de rechterkant rood. Wanneer de wijzer in het rood staat weten we dat het klasklimaat onveilig is. Er is iets aan de hand; iemand is verdrietig of er is ruzie. We praten dan en zoeken naar een oplossing, tot we de wijzer weer op groen kunnen zetten. Je kan pas werken in de klas als alle kinderen er zich goed voelen.
Nooit saai
Ik vertrek in mijn lessen voortdurend vanuit een bekende situatie of vanuit de voorkennis van de kinderen. Als ik iets nieuws aanbreng, geef ik hen graag het gevoel dat ze toch al heel wat kennen of kunnen. Allerlei projecten, ateliers en uitstapjes zorgen voor variatie. Ik laat de lessen aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen: we werken op de computer of ik vertrek vanuit dans- en muziekstijlen die de kinderen leuk vinden. Ik breng ook zoveel mogelijk afwisseling in de werkvormen: voorleesmomenten, groepswerk, rollenspelen, projecten, spreekbeurten... Het mag nooit saai worden.
Op het net
Samen met mijn collega van het vijfde leerjaar heb ik voor de laatste graad het ‘internetcontractwerk’ uitgevonden. We hebben daar van de doorlichtingscommissie trouwens een complimentje over gekregen. Ik bekijk thuis de leerstof die ik gedurende een maand ga geven voor wiskunde, Nederlands, Frans en Wereldoriëntatie. Dan ga ik op een aantal kindvriendelijke websites op zoek naar opdrachten die bij de leerstof aansluiten. Voor elk kind afzonderlijk noteer ik enkele oefeningen. De ene krijgt wat meer spellingsoefeningen en de andere bijvoorbeeld wat meer vraagstukken. Een of twee keer per week gaan we naar de internetklas om een uurtje te oefenen. Ieder werkt op zijn niveau en tempo.
Wanneer de kinderen een spreekbeurt moeten houden, geef ik hen ook even de tijd om informatie op te zoeken op het net. Of wanneer we op uitstap gaan met de trein, toon ik hen hoe je vertrekuren en andere informatie kan vinden. Dat zijn allemaal dingen die ze later immers goed kunnen gebruiken.
Hecht team
Wat ik jammer vind is dat de tijdsdruk om de leerstof af te werken zo groot is. Soms kan je niet lang genoeg bij bepaalde oefeningen blijven stilstaan omdat je vooruit moet om het leerplan te kunnen afwerken. En de ene leerling heeft nu eenmaal wat meer tijd nodig dan de andere. Soms moet je kinderen een beetje achterlaten en dat vind ik moeilijk. Gelukkig kunnen de collega’s steeds bij elkaar en bij de directeur terecht. We vormen een heel hecht team. Samen zoeken we naar oplossingen en we luisteren naar elkaar. We kunnen ook rekenen op externe begeleiding, van het CLB en van logopedistes bijvoorbeeld.
Schouderklopjes
Ik zou zeker dezelfde beroepskeuze maken. Ook al is de maatschappij erg veranderd, je krijgt zoveel dankbaarheid en respect van kinderen. Je ontvangt als leerkracht heel wat fictieve schouderklopjes. Het is leuk om de lach of de verwonderde blik van kinderen te zien, of het ongeduld wanneer ze staan te trappelen om aan iets te beginnen.
Mooiste herinnering
De laatste dag van het schooljaar vind ik elk jaar weer zeer mooi. Niet omdat de vakantie begint, maar omdat ik afscheid neem van mijn leerlingen. De meeste kinderen pinken dan een traantje weg en dat laat toch duidelijk zien dat ze zich goed en veilig hebben gevoeld op onze school. Het komt recht uit hun hart.
Zelf probeer ik me dan sterk te houden, maar ik moet toegeven dat ik achteraf ook weleens tranen in de ogen krijg. Ik kan alleen maar hopen dat alle kinderen hun weg vinden. Soms stappen leerlingen als ze een vrije dag hebben nog eens binnen om een praatje te maken. Ik vind het heel fijn om dan te horen hoe het met hen gaat.