
Allemaal voor de klas
Ik ben behoorlijk laat in het onderwijs gestapt. Ik groeide op in een echte ‘onderwijsfamilie’. Mijn ouders, grootouders, tantes... haast iedereen stond voor de klas. Toen ik jong was wilde ik me daar een beetje tegen afzetten. Daarom koos ik ervoor om kunstwetenschappen te studeren. De kans dat ik met dat diploma in het onderwijs terecht zou komen, leek me immers klein. Toen ik afstudeerde, heb ik een hele tijd gewerkt voor een bedrijf dat culturele reizen organiseerde. In 2001 liep die job echter ten einde. Mijn vader overleed ook dat jaar en plots wist ik heel zeker dat ik wilde lesgeven.
Leerlinggericht
Bij het lesgeven kan ik intensief bezig zijn met datgene waarvoor ik gestudeerd heb. Bovendien probeer ik de liefde voor mijn vak over te brengen naar jonge mensen. Het contact met jongeren is zeer stimulerend en verrast me keer op keer. Geen twee lessen zijn dezelfde. De school zelf motiveert me ook. Ik heb fantastische collega’s!
Ik heb het als een voordeel ervaren dat ik al wat ouder was toen ik met lesgeven begon. Als je jong bent, is het misschien wat moeilijker om een klas in de hand te houden. Ik heb daar weinig problemen mee gehad.
Je mag als leerkracht geen masker opzetten. Je moet steeds jezelf blijven. Dan heb je het beste contact met je leerlingen. Je kan pas overbrengen wat je wil overbrengen als de relatie met je leerlingen goed is. Leerlinggerichtheid komt vóór kennis
Humor en respect
Ik sta steeds enthousiast voor de klas. Het is belangrijk dat de leerlingen aanvoelen dat ik mijn vakken zelf interessant vind. Ik wil voor mijn leerlingen ook altijd bereikbaar zijn. Humor en respect zijn twee onmisbare dingen als ik lesgeef.
Ik probeer zo weinig mogelijk te doceren en gebruik zo veel mogelijk andere werkvormen: groepswerk, debatten, zelfstandig werk en uitstappen. Doordat onze school in Brussel ligt, hebben we heel veel mogelijkheden. Ik bezoek met mijn leerlingen de Muntschouwburg, een hoop musea en de verschillende parlementen. Voor geschiedenis trekken we ook al eens wat verder, naar Ieper of Breendonk bijvoorbeeld
Het schone
Ook al heeft geschiedenis het imago ‘saai’ te zijn, toch is het makkelijker om geschiedenis te geven dan esthetica. Jongeren zijn er sneller mee weg en ze begrijpen het belang van dat vak. Bij kunst ligt dat vaak wat moeilijker. In de ene richting hebben ze wel meer interesse voor kunst dan in de andere. Ik tracht esthetica uit de schoolse sfeer te halen en probeer me te beperken in het geven van kenmerken. De notie van ‘het schone’ maakt kunst voor jongeren vaak wat toegankelijker. Ik probeer dan ook geregeld te vertrekken vanuit dingen die de leerlingen zelf mooi vinden.
(Op) weg met hedendaagse kunst
Hedendaagse kunst is helemaal mijn ding, maar de meeste leerlingen vinden dat maar niks. Voor de Vlaamse Primitieven en de Renaissancekunst staan ze wel open, maar voor 20ste-eeuwse kunst hebben ze nauwelijks begrip. Dat vind ik wel jammer. Toch probeer ik mijn passie over te brengen. Ik laat hen heel veel zien, geef hen uitleg over waarom een kunstenaar iets doet en laat hen zelf dingen opzoeken. Ik probeer duidelijk te maken wat de kunstenaar drijft. Ik vind het vooral belangrijk dat mijn leerlingen voor alles open staan. Misschien zullen ze later wel meer begrip voor de hedendaagse kunst kunnen opbrengen. Nu vinden ze nog dat kunst ‘af’ en ‘moeilijk’ moet zijn. Het artisanale vinden ze vaak boeiender.
Kritisch en open
Ik vind het van groot belang dat jongeren kritisch leren te zijn. Maar die kritische geest mag hen niet cynisch maken. Open staan voor al wat nieuw is, vind ik essentieel.
Jongeren zijn – misschien meer dan vroeger – veel bezig met het materiële. Dat is jammer. Wanneer ze bijvoorbeeld kiezen wat ze in het hoger onderwijs zullen studeren, merk ik dat die keuze ook gebaseerd is op dat wat ze er later mee kunnen doen en niet enkel op dat wat ze graag doen. Soms praat ik met mijn leerlingen weleens op een informele manier over hun studiekeuze. Ik blijf zeker niet op de vlakte, maar probeer hen ook niet te veel te sturen. Uiteindelijk moeten ze zelf beslissen.
Mooiste herinnering
Ik heb veel mooie herinneringen aan het lesgeven. De contacten met oud-leerlingen vind ik heel fijn. Het is tof om hen nog eens tegen te komen en te horen hoe het met hen gaat. Ieder jaar hebben we een oud-leerlingenbanket. Dat is altijd een erg mooie avond.
We werken op onze school vaak aan vakoverschrijdende projecten; meestal met verbluffende resultaten. Enkele jaren geleden kregen we de kans om met één van onze toerismeklassen mee te werken aan een tentoonstelling in het Broodhuis op de Grote Markt van Brussel. De vernissage van die tentoonstelling is zeker één van mijn mooiste herinneringen.