Oog voor pedagogische vernieuwing
“Al vele jaren ligt het Gemeenschapsonderwijs me nauw aan het hart. Vooral mijn onderwijsloopbaan in de normaalschool, in die tijd de ‘universiteit voor de gewone man’ en ik kwam uit zo’n milieu, staat in mijn geheugen gegrift. Daar spraken we in de leraarskamer niet over sport of politiek maar over vernieuwingen in de pedagogie. Onze directeur stimuleerde dat enorm en diende dikwijls als proefkonijn, bijvoorbeeld toen ik multiple choice-vragen wilde invoeren voor Frans. Als jongste van het team voelde ik me heel erg aangesproken door die vernieuwingsdrang en dat enthousiasme dreef me ook tijdens mijn parlementaire loopbaan. Omdat ik de zaken bekeek vanuit het perspectief van het kind en de klas kreeg ik heel wat waardering van mijn parlementaire collega’s. Ik ben overtuigd dat er nood is aan een officieel neutraal net waar elk kind gelijk is en begeleidt wordt naargelang zijn talenten, waar elk kind en elke medewerker een VIP is. Zo’n net verdient de inzet van iedereen die begaan is met onze maatschappij. Mijn aanstelling als Vlaams minister van Onderwijs kwam er op een onverwacht moment en had ik eigenlijk niet meer geambieerd. Op die korte tijd hebben we er toch veel decreten doorgekregen, vooral initiatieven opgezet door mijn voorganger, zoals de CLB’s en een eerste structuur voor het volwassenenonderwijs. "
Het GO! nog sterker op de kaart zetten
"Dit is mijn laatste jaar als adjunct-secretaris-generaal van de Benelux, een uitdagende job die ik sinds 1999 uitoefen. Samen met mijn Nederlandse en Luxemburgse collega vorm ik het College van Secretaris-generaal. Wij stimuleren en ondersteunen op intergouvernementeel nivea alle mogelijke samenwerkingsinitiatieven tussen de Benelux-landen, georganiseerd in een 100-tal werkgroepen, waarbij alle stakeholders betrokken worden. Ik ben met heel uiteenlopende dossiers bezig: van verkeer tot de aanpak van de strijd tegen fiscale fraude. Mijn aanstelling als voorzitter van de Raad verraste me niet, ik voelde het aankomen toen Paul De Knop aankondigde zijn mandaat als voorzitter niet te willen combineren met zijn nieuwe functie als rector aan de VUB . Mijn grootste uitdaging is het ontwikkelen van een vloeiende rode draad door alle niveaus van het GO! om de samenwerking te versterken en zo het GO! nog sterker op de onderwijskaart te zetten dan ervoor. Het GO! vind ik een evidente keuze omdat de waarden waar het GO! voor staat zo eigentijds en noodzakelijk zijn. We kunnen geen mooie samenleving krijgen als we die waarden niet in ons hart dragen.”