Variatie is motivatie
Ik probeer mijn leerlingen te motiveren door zelf gemotiveerd te zijn, want enthousiasme straal je uit. Ik stop heel veel tijd en energie in mijn job. Mijn vak, Technologische Opvoeding, gaat natuurlijk met de tijd mee, en daarom kan het jongeren wellicht boeien. Toch moet je vooral zélf voor variatie zorgen. Er zijn ook leerkrachten die gewoon ieder jaar dezelfde cursus geven.
In het ASO zitten we met erg grote groepen, waardoor niet altijd alle leerlingen aan bod kunnen komen, maar toch werkt iedereen heel goed mee.
In het BSO zijn de groepen kleiner en de leerlingen krijgen er vooral praktijklessen. Soms zijn ze daar zó geboeid mee bezig dat ze tijdens de pauze bijna niet naar buiten willen gaan.
Erop uit!
Voor de beroepsklassen organiseer ik allerlei activiteiten en uitstappen. Wanneer we bijvoorbeeld leren over de verzorging van het lichaam, brengen we een bezoek aan een rusthuis of een kinderziekenhuis, en tijdens de lessen haarverzorging trekken we naar een kapster. We zijn ook al naar het bakkerijmuseum geweest, en om de leerlingen te leren omgaan met afval – wat toch heel belangrijk is tegenwoordig – bezoeken we een containerpark. Op die manier probeer ik voor de nodige afwisseling te zorgen.
Problemen aanpakken
Vooral in de BSO-klassen komen leerlingen al eens met problemen naar me toe. Leerlingen die ergens mee zitten, blijven dan wat rondhangen na de les. Ik ben een poosje leerlingenbegeleider geweest. Ik deed dat graag, en volgens de collega’s ook goed, maar ik vond het wel zwaar, want je krijgt heel wat te horen. Wanneer je de achtergrond van sommige leerlingen kent, begrijp je vaak beter waarom ze soms lastig doen.
Er zijn tegenwoordig misschien meer problemen dan vroeger, maar leerlingen zijn ook mondiger geworden; nu zéggen ze gewoon wat er op hun lever ligt. De hele wereld is veranderd en jongeren zijn het product van de maatschappij waarin ze leven.
Volwassenen die commentaar geven op de jeugd staan er vaak niet bij stil dat het de naoorlogse generatie is die de wereld zo veranderd heeft.
Onderwijs is niet waardevrij
Wat ik heel belangrijk vind, is dat mijn leerlingen eerlijk zijn. Ik heb echt een hekel aan leugens, want uiteindelijk komt de waarheid toch boven drijven. Voorts vind ik beleefdheid en respect hebben voor elkaar van groot belang, en ik merk dat mijn leerlingen die waarden appreciëren. Uiteraard probeer ik ze zelf ook na te leven. Ik kan me al eens vergissen, maar dan geef ik dat toe. Zo stel ik me enigszins kwetsbaar op, maar ik denk dat het de eerlijkste houding is.
Ik luister ook altijd naar wat jongeren te vertellen hebben. Soms komt er iets aan bod in de les dat niet meteen met mijn vak te maken heeft, en daar ga ik dan vaak toch op in. Dat wil niet zeggen dat ik leerlingen voortdurend een half uur van de les laat afsnoepen, maar levenswijsheden en dingen die belangrijk zijn in de wereld moeten ook aandacht krijgen.
Mooiste herinnering
In de beroepsklassen gaan de leerlingen soms zo op in datgene waarmee ze bezig zijn dat ze me plots mama noemen. Tja, dan ben ik maar even mama voor mijn leerlingen hé. Ik moet er dan samen met hen eens om lachen, maar ik vind het wel leuk.
Aan de kerstperiode heb ik ook nog een mooie herinnering. Ik ging met een klas van het BSO op schoolreis naar Brugge. Op een bepaald moment mochten de leerlingen een poosje zelfstandig rondlopen op de kerstmarkt en ik had hen op het hart gedrukt dat ze zich wat moesten gedragen. Na afloop kwam een van de stoerste binken van de klas naar me toe met een roos die hij op de markt had gekocht. Ik vroeg of hij hoopte om zo betere punten te krijgen, maar hij zei: “Nee mevrouw, ik zie u graag!”
Ik grapte wat, dat hij toch niet verliefd moest worden op een vrouw van mijn leeftijd, maar hij zei heel serieus dat het om een andere manier van graag zien ging, en dat hij het fijn vond dat ik in discussies altijd eerlijk en respectvol te werk ging. Het doet natuurlijk deugd dat iemand zijn waardering zo uitdrukt.