Niet meer stoppen
Omdat ik mijn job in de privésector niet meer zo leuk vond, begon ik uit te kijken naar iets anders. Eigenlijk heeft het lesgeven er bij mij altijd een beetje ingezeten. Ik zat vroeger in een jeugdbeweging, ik speelde graag schooltje als kind en ik leg graag iets uit. Dat ik samen met een aantal vrienden een aggregaat kon volgen, was een extra stimulans. Op een bepaald moment kreeg ik de kans om na de paasvakantie te starten als leerkracht. Die periode tot aan de zomervakantie was ideaal om de job eens uit te proberen. En eenmaal je in het onderwijs stapt, is het moeilijk om er weer mee te stoppen!
Vat vol zenuwen
Ik geef maar tien uur les, want daarbuiten doe ik stagebegeleiding en ben ik coördinator. Er komt dus ook een stukje administratie bij kijken, maar het is net de afwisseling die mijn job zo leuk maakt. Het contact met mensen en het gevoel dat ik hen iets kan bijleren, vind ik zalig. Ik zie de cursisten echt groeien: er is een zichtbaar resultaat. In het begin van het jaar zijn er cursisten die bij de eerste oefening echt een vat vol zenuwen zijn. Tegen de tijd dat ze hun stages moeten doen, zijn ze vaak heel zelfverzekerd en gaan ze uitstekend om met de klas. Het is leuk om die vooruitgang te zien.
Niet voor niets
In het secundair onderwijs staan, vond ik ook leuk. Ik kom er door de stagebegeleidingen nog vaak mee in contact. En soms denk ik weleens dat ik er ook weer les zou willen geven. Je hebt er nog meer contact met je leerlingen en met je collega’s en je kunt gedurende een jaar echt iets opbouwen. In het volwassenenonderwijs zijn de contacten wat vluchtiger, maar toch doe ik dit ook graag.
Ik probeer steeds enthousiast voor de klas te staan. Ik geef nog heel graag les, misschien juist omdat ik het maar een paar dagen per week doe. Puur doceren doe ik zo weinig mogelijk. Ik laat heel veel uit de cursisten zelf komen en tracht voor zo veel mogelijk afwisseling te zorgen. Humor vind ik belangrijk.
De cursisten hebben allemaal een andere opleiding gehad. Dat maakt het net boeiend. Ik leer zelf nog elke dag bij en kan inspelen op die verschillende achtergronden.
Vaak staan de cursisten ook al voor de klas. Ze komen de opleiding volgen om een vaste benoeming te krijgen of om meer te verdienen. Soms staan ze wat negatief tegenover de opleiding, maar tegen de tijd dat ze aan hun stage beginnen, beseffen ze meestal dat ze de opleiding niet voor niets volgen en dat ze toch nog iets kunnen bijleren.
Vaak veranderen
Het beleid verandert heel vaak en dat is soms een beetje vervelend. Meestal zijn de veranderingen wel positief, maar het moet altijd zo snel gebeuren dat het moeilijk is om je als school aan te passen. Zo weten we nu eigenlijk nog niet wat er ons op 1 september allemaal te wachten staat. Telkens vernieuwen, en vooral de onduidelijkheid rond die vernieuwingen, maakt het niet makkelijk.
Afwisseling en consequentie
Ik vind het heel belangrijk dat de cursisten afstappen van het traditionele lesgeven, waarbij ze vooraan gaan staan, hun boek openen en beginnen te doceren. Ik wil dat ze in hun lessen voor zo veel mogelijk afwisseling zorgen en allerlei activiteiten voor hun leerlingen organiseren. Het contact met de leerlingen moet ook goed zijn. Leerkrachten moeten streven naar een evenwicht tussen vriendelijkheid en strengheid. Dat leerkrachten consequent zijn, vind ik ook essentieel. Voor beginnende leerkrachten is dat vaak erg moeilijk.
Groeiproces
Je moet alleen beginnen met lesgeven als je echt gemotiveerd bent. In het onderwijs stappen omdat je vrouw ook lesgeeft of voor de schoolvakanties, zijn geen goede uitgangspunten.
Als beginnende leerkracht mag je ook niet te perfectionistisch zijn. Het is een groeiproces. Ik heb mensen uit het onderwijs zien stappen omdat ze het gevoel hadden het niet perfect te doen. Maar iedereen geeft weleens een mindere les. Je moet dat van je af kunnen zetten en er de volgende dag weer tegenaan gaan.
Mooiste herinnering
Eigenlijk hoop ik dat het mooiste moment nog moet komen, maar ik maak wel vaak leuke dingen mee. De ‘aha-erlebnissen’ van cursisten zijn altijd tof.
Bij het begin van de cursus vraag ik de cursisten welke leerkracht ze zelf bewonderen, wie ze als voorbeeld zien. Op het einde van de cursus laat ik de cursisten mijn lessen evalueren. Vorig jaar was er een cursist die schreef dat hij in het begin heel moeilijk een antwoord kon geven op de vraag welke leerkracht hij als voorbeeld zag, maar dat hij er na mijn lessen geen probleem meer mee had. Dat is wel fijn om te lezen.