De redding van het KH
'Na enkele omzwervingen in andere scholen besloot ik op zoek te gaan naar iets 'echt', iets authentiek. En dan was muziek het enige wat echt telde voor mij. Zo ben ik het vierde middelbaar naar het KH Brussel gegaan. Het was mijn laatste toevluchtsoord en het is mijn redding geweest. Ik dubbelde m'n vierde jaar met gitaar als eerste instrument en studeerde dan nog twee jaar met piano als hoofdinstrument. Ik speelde in het schoolorkest en ging met dat orkest op werkweek en op concertreis. Samen deden we pakweg een dertigtal optredens per jaar. Het waren fantastische ervaringen! Ik werd constant omringd door mensen die al wat verder stonden dan mij. Dat was erg motiverend. Toch waren er ook mensen die nog niet zo ver stonden en die herinnerden me er dan weer aan waar ik ook vandaan kwam. Het gaf me echt het gevoel dat ik mijn vooruitgang zelf in de hand had. Daarbij komt nog dat ik verplicht was me te engageren in een grotere groep, mezelf nuttig te maken en daar tijd in te steken buiten de schooluren om. Zo leerde ik wat het betekent me aan iets te binden en ervoor te werken. De voldoening die ik kreeg van de resultaten zijn dan ook onvergelijkbaar met andere systemen.’
Aanrader
‘Iedereen die zich creatief wilt bezighouden, raad ik aan om het kunstonderwijs te overwegen. Je ontmoet er mensen met een open geest en subculturen zijn er prominent aanwezig. Ook de vrijheid om je te uiten is iets wat je in veel striktere scholen niet tegenkomt. In het KSO is diversiteit troef. Natuurlijk spreek ik alleen uit eigen ervaring, ik wil dan ook niet alle colleges, athenea en lycea over dezelfde kam scheren. Toch, als ouders kinderen hebben die van hun dertiende al zeggen dat ze willen tekenen of toneelspelen of muziek maken, vind ik dat ze hun kids die kans moeten geven. Veel kinderen mogen het immers niet omdat de ouders schrik hebben dat ze, als ze afstuderen, een minderwaardig diploma zullen hebben. Daar is echter niets van waar. Iedereen die afstudeert aan het kunstonderwijs heeft immers nog alle mogelijkheden om achteraf nog pakweg rechten te gaan studeren. Deze zeepbel wil ik toch graag doorprikken.’
Vliegen met vleugels
‘Wat drijft me te doen wat ik doe? Mijn onvoorwaardelijke liefde voor het leven en de mensen die dat leven maken. Waar droom ik van? Ik droom van vliegen met vleugels en andere werelden waarin ethiek, cultuur, esthetiek en economie in respectievelijke volgorde van belang zijn en niet vice versa zoals dat nu het geval is. En heb ik doelen ? Jazeker. Mijn leven maken en verdienen met muziek, op allerhande manieren. Mensen leren kennen met ideeën en hen ondersteunen of meewerken. Spelen, schrijven, spelen, schrijven,… Zei ik al spelen en schrijven? En ooit een madam vinden die mij al even onvoorwaardelijk graag ziet als ik haar, en met haar mijn leven delen.’