Het nut van een diploma
‘Ik geef ongeveer elf uur les in het KH van Brussel en Gent en daarnaast nog twaalf uur en een half aan het conservatorium. De tijd die ik over heb, gaat allemaal naar het management van het Orkest van de Lage Landen. Dat is immers in de twee jaar dat het bestaat, een heus bedrijf geworden. We deden intussen al bijna zeventig optredens. Niet alleen speel ik zelf mee in het orkest, ik moet ook zorgen voor sponsoring, subsidies en andere administratie. Gelukkig heb ik twee secretaressen die me helpen bij het werk. Ambitie? Tja, ik noem het een uitgegroeide hobby. Je doet iets graag en je doet daaran verder en met een beetje geluk komt je project van de grond.’
‘Hoewel het goed kan zijn dat ik door dat orkest op termijn minder les ga geven, doe ik mijn taak als leraar heel graag. Het is gewoon geweldig dat je mensen kunt begeleiden naar het ten volle gebruiken van hun talent. Toch is het soms jammer dat je er als leraar ook zoveel administratie bij moet nemen. Als leraar heb ik immers de ambitie om artiesten op te leiden en hen artistiek te laten denken. Het is minder mijn doel om hen aan een diploma te helpen. Want zeg nu zelf: wie oefent tegenwoordig nog een job uit waarvoor hij of zij een diploma heeft behaald? Een echte artiest geraakt sowieso aan de bak, met of zonder diploma.’
Eén kans
‘Hoe ik mijn lessen geef? Dat is vooral een kwestie van ervaring. Het voordeel is dat ik alleen maar privélessen geef. Daardoor kan ik me echt toespitsen op de problemen van één bepaalde leerling. De kunst is vooral om je leerlingen voor te bereiden op wat optreden is: optreden is maar één kans hebben. Daarop moeten ze voorbereid zijn en dat doe ik op verschillende manieren: concerten doen op school, hen laten deelnemen aan concours op hun eigen niveau en hen eens meenemen naar het Orkest van de Lage landen om eens een weekje mee te draaien in het wereldje. Daaruit kunnen ze echt afleiden of ze dit wel willen doen of ze niet liever lesgeven.’
‘Het wereldje is immers erg hard. Als je kijkt in de orkesten van België dan zijn er misschien maar welgeteld vijftien plaatsen beschikbaar voor fluitisten, terwijl er elk jaar 60 tot 70 leerlingen afstuderen. Ondanks het feit dat de kans dus klein is dat iemand ooit voltijds in een orkest geraakt, vind ik het heel goed dat de leerlingen vanaf hun dertien of veertien jaar naar het KH gaan. Daar leren ze immers de juiste ingesteldheid hebben die je veel minder in een muziekschool krijgt. Ik ben ervan overtuigd dat, ook al wordt fluitist later niet hun beroep, ze dan wel een amateur met een professionele ingesteldheid worden. Het KH biedt trouwens ook een volwaardige opleiding om ook andere dingen te doen.’