Bang voor blessures
'Dit jaar werd ik geselecteerd om naar Zagreb te trekken voor een vijfdaagse stage. Dat was heel interessant. Ik was ook geselecteerd om naar Berlijn te gaan, maar dat moest ik afzeggen door een blessure aan mijn nekwerkvels. Die waren gekneusd tijdens een val. Judo is inderdaad geen ongevaarlijke sport. Vandaar dat ik ook niet zoveel ambities durf te koesteren. Wie weet ben je straks wel ‘out’ voor een paar maanden. Ik zou natuurlijk wel graag nog een derde keer Belgisch Kampioen worden en ik durf zelfs al eens te dromen van nog iets groters, maar ik focus me er niet op.’
Warme vriendschappen
‘Eigenlijk zijn de vriendschappen die ik in de sport maak, even belangrijk als de prestaties die ik neerzet. Intussen zijn er wel een paar mensen met wie ik heel goed overeenkom. Het is dan wel gek dat je naast de tatami echt een goede kliek kunt vormen en erop moet vechten met elkaar. Maar goed, dat is een kwestie van je verstand op nul te zetten. Als ik moet vechten met iemand die ik heel graag heb, geven we elkaar wel steeds een knuffel vooraf. Het is een teken dat wat op de mat gebeurt, geen invloed heeft op de vriendschap die we ernaast hebben.’
School gaat voor
‘Hoe goed ik het ook in de sport mag doen, ik ben vastbesloten om te proberen tot in het zesde jaar Latijn te studeren en daarna verder te studeren. Voor mij gaat school immers nog altijd voor op de sport. Ik zit trouwens ook heel graag in het KA Veurne. Je bent er vrij, mag er je eigen ding doen, wordt er met vanalles geconfronteerd en het zijn leuke leerkrachten en toffe vrienden. De school toont ook veel interesse voor wat ik doe. Vooral de leerkracht LO natuurlijk informeert vaak naar mijn prestaties. Toen ik het Belgisch Kampioenschap won, pakte de school er ook mee uit op haar site. Dat vond ik heel tof. En ook mijn klasvriendinnen steunen me. Ze tonen ook respect als ik ergens voor moet passen omdat ik moet trainen. Soms komen ze zelfs mee supporteren op wedstrijden. Geweldig gewoon!’