Allround
Spreek ik snel? Ik weet het, dat heeft met mijn gedrevenheid te maken. Ik doe mijn job nu eenmaal bijzonder graag; het ondersteunen van de collega’s is me echt op het lijf geschreven.
Het aantal maatschappelijke problemen is in de loop van de jaren sterk toegenomen. Of misschien komt er nu gewoon meer boven dan vroeger? En misschien zijn de problemen ook complexer: misbruik onder jongeren, incest… Er is volgens mij duidelijk een lijn te trekken vóór en na Dutroux. Na die gebeurtenissen kwam er veel meer los. Doordat we over veel meer communicatiekanalen beschikken, is er ook meer stress. En er is het bijzondere hoge leeftempo in onze maatschappij.
De CLB-collega’s die in scholen werken, moeten echt ongelooflijk allround zijn en worden overbevraagd. Daarom volgen wij met ons ondersteuningsteam op de achtergrond. We ondersteunen en springen in waar nodig, mogelijk en wenselijk. Je kunt nu eenmaal niet alles weten, kennen en doen.
Het wij-gevoel
Al van voor mijn studententijd was het voor mij duidelijk dat ik met kinderen wilde werken. Gaandeweg heb ik ontdekt dat ik niet specifiek met één groep kinderen aan de slag wilde gaan, maar dat ik, vanuit mijn ervaringen, collega’s wil helpen. En dat kan ik goed vanuit mijn job als ondersteuner. Voor mij is het wij-gevoel cruciaal. Ouders, leerkrachten, CLB-medewerkers, zij kennen de kinderen perfect vanuit hun specifieke situatie. Maar vaak is het nodig om de krachten te bundelen om tot resultaten te komen.
Maatwerk
Ik geloof in de kracht van het kind. De meeste jongeren kennen zichzelf en maken iets van hun leven. Meestal voelen zij ook wel aan wanneer het nodig is om hulp te zoeken. Ons werk kan pas echt tot zijn recht komen als wij ons aanbod kunnen afstemmen op de vragen die leerlingen, ouders en leerkrachten ons stellen. Onze deskundigheid bestaat erin om de vraag te verhelderen en soms zelfs de vraag achter de vraag te achterhalen.
"Ze zijn er nooit"
Iedere mens vindt zijn probleem het belangrijkst en dat is ook te begrijpen. Mensen hebben het er moeilijk mee dat zij niet onmiddellijk geholpen kunnen worden. Ze begrijpen niet hoe het komt dat het soms bijvoorbeeld vijf weken duurt vooraleer
hun kind getest kan worden. Dat wij als CLB’er intussen nog in vijf andere scholen druk bezig zijn, zien die mensen natuurlijk niet. En dan gebeurt het weleens dat men zegt: "Ze zijn er nooit…" We begrijpen die reactie wel, maar kunnen enkel roeien met de riemen die we hebben.
De moeilijke gevallen
Het CLB is voor mensen dikwijls een vervelende dienst die komt vertellen dat er iets met het kind aan de hand is. Een dosis diplomatie in contacten met schooldirectie, leerkrachten, leerlingen en ouders is voor ons dus noodzakelijk. Sommige situaties zijn moeilijker of dringender dan andere, waardoor we ook prioriteiten moeten stellen.
Ik krijg meestal de moeilijkste gevallen (
lacht). Zo kreeg ik vorig jaar een jongen met een handicap die op school was buitengezet wegens gedragsproblemen. Die jongen was al drie maanden niet naar school geweest, toen hij uiteindelijk bij mij terechtkwam. Ik heb zijn ouders uitgenodigd om te zien wat we eraan konden doen. Het is tegelijk een uitdaging en een kunst om te ontdekken wat die jongen echt nodig heeft om ongewenst gedrag om te buigen in aangepast en gewenst gedrag. In de eerste contacten met dat gezin merkte ik een groot gevoel van: niemand wil ons. Na een tijdje hadden we het idee dat het in een schoolomgeving weer wat kon worden, en hebben we een school voor die jongen gevonden. Twee maanden later zat hij nog steeds op die school en het ging goed. Zoiets horen, geeft veel voldoening. Ik beschouw het dan als een eer dat men aan mij de vraag om hulp heeft gesteld.
Zorg dragen voor elkaar
Een keer of twee, drie per jaar krijgen we de melding dat er echt iets ingrijpends gebeurd is. Een acuut overlijden van een scholier, zelfmoord… In zo’n gevallen proberen scholen de opvang van leerlingen en leerkrachten soms zelf te organiseren, soms moeten wij in actie schieten. De scholen kunnen wel altijd bij ons terecht voor informatie, voor ondersteuning. Zeker bij delicate thema’s is het belangrijk te weten wat je vraagt of net niet vraagt, doet of beter niet doet.
Als wij ingeschakeld worden, komen we daar als vreemden, professionelen die de situatie als buitenstaander kunnen bekijken. Maar geleidelijk leer je de mensen kennen. Op die manier geraak je steeds meer betrokken, wat ook je eigen emoties doet toenemen. Scholen beschouwen ons als een dienst, maar ook wij zijn ménsen. Daarom wordt van ons, in het CLB van Brasschaat, verwacht dat we goed zorg dragen voor elkaar.