Nieuwsneus
Vooraleer hij zich in ’91 inschreef voor het journalistenexamen bij de toenmalige BRTN, stond Mark Morren voor de klas. “Ik was leerkracht in heel wat GO!-scholen in Antwerpen, Kapellen, Wuustwezel, Willebroek, Boom en Geel. Ik gaf er Nederlands, Engels, verbale expressie en handelscorrespondentie. Ook nu nog engageer ik me voor het GO!, als moderator van debatten bijvoorbeeld”, aldus Morren. “Ik heb me ingeschreven voor het journalistenexamen omdat ik altijd een nieuwsneus heb gehad. Die nieuwsgierigheid en kritische zin werden trouwens aangescherpt tijdens mijn schooljaren dankzij vakken in het prille VSO als ‘maatschappelijke vorming’. Nadien kreeg dit vak het label ‘staatsgevaarlijk’ opgekleefd”, lacht hij. “Als journalist bij het VRT radionieuws trek ik er veel op uit en ga ik ter plaatse waar het nieuws te rapen valt. Eén van de dagelijkse uitdagingen als journalist is het nieuws vertalen naar iedereen die het moet weten.” De adrenaline pompt door zijn aderen op ‘grote’ nieuwsdagen waarop hij met de neus bovenop de gebeurtenissen zit. Zo volgde hij de hele Dutroux-affaire op de voet, net als de menselijke drama’s veroorzaakt door Kim De Gelder en Hans Van Themsche en de daaropvolgende rechtszaken. “Het minst hou ik van ochtenddiensten die in het holst van de nacht beginnen”, geeft hij toe. De voorbije decennia en dan vooral de laatste tien jaar merkt hij drie grote trends op vlak van nieuwsgaring op. “Alles moet sneller gaan, waardoor nauwkeurigheid op de tweede plaats komt soms. Met de opkomst van alle digitale media leven we nu ook in een tijdperk waarin iedereen zich soms journalist waant.”
Wulpse leerkracht moraal
Hij vindt veel sterke punten in dit onderwijsnet. “Als leerkracht hield ik van de ongedwongen teamgeest die heerste op de verschillende scholen. Het GO! heeft ook een open blik waarin levenslang leren geen loze slogan is. Zo mochten we als leerkrachten onze ervaring combineren met de nieuwste ontwikkelingen in taalonderricht en wetenschappen.” Ook voor leerlingen heerste er op school een ‘open debatcultuur’. “Ik herinner me nog levendig de hevige discussies die we met een kleine groep voerden in de extra uren Nederlands over engagement in de literatuur. In de Franse les speelden we hele scènes uit Molière na en onze wulpse leerkracht Zedenleer gaf ons ongedwongen de nodige inzichten mee over seksuele zeden. Maar vooral herinner ik me de gedrevenheid om in een neutraal en onafhankelijk project maatschappelijk inzicht mee te geven aan de leerlingen.”