Dansen op de vulkaan
‘Mijn ecologische ‘reis’ startte als amper 24-jarige presentator van het allereerste ecologische spelprogramma op televisie. Door alle lectuur over het onderwerp werd ik een groene jongen en vanzelf ook een vegetariër. We horen allemaal de klimaatstijdbom tikken, maar we hebben de neiging om muziek op te zetten want het maakt ons bang. Met The Big Ask willen we de mensen duidelijk maken dat de klimaatsproblemen alsmaar sneller op ons afkomen en dat we ons niet meer kunnen verstoppen. Naar aanleiding van de top in Kopenhagen komt er een tweede filmpje. Op 29 augustus maken we een groot dansfilmpje op het strand in Oostende en daarvoor roepen we iedereen op om massaal langs te komen. Groot, klein, jong, oud! Het gaat heel mooi weer worden, dat hebben onze ambassadrices, weervrouwen Jill Peeters en Sabine Hagedoren, ons beloofd’, lacht hij. ‘Het idee om te dansen heeft twee redenen. Enerzijds heb je iets van ‘dansen op de vulkaan’. Bij de jeugd bijvoorbeeld merk je een groot bewustzijn dat de klimaatproblematiek hét gevaar van de toekomst is, maar ze weten niet goed wat ze zelf kunnen doen. We zullen allemaal massaal ons best moeten beginnen doen en echt investeren in slimme en groene technologie. In Kopenhagen zullen we vragen dat wat politici voor banken hebben gedaan, nu ook voor het klimaat moet gebeuren. Vóór de verkiezingen ging het over duurzaamheid, nu over de staatshervorming. Politici beseffen niet dat ze kibbelen over wie in welke kamer moet wonen terwijl het huis al in brand staat. De keuze om te dansen is ook positief. We willen zo aantonen dat we niet mogen verstijven we moeten in actie blijven en het als een positieve uitdaging blijven zien.'
Toekomst, traditie en standing
'Ik heb een redelijk fantastische tijd gehad aan de Voskenslaan. Mijn beste vrienden nu zijn nog altijd mijn beste vrienden van toen. Het VSO had één ongelooflijk voordeel, je kon kiezen voor de weg van de minste weerstand’, vertelt hij lachend. ‘In de Latijn-Moderne Talen heb ik geen cijfer meer gezien en werkte ik fluitenderwijs mijn middelbaar af. Toch stond de Voskenslaan bekend als het ‘vlaggenschip’ van het GO!. Iedereen was er welkom en tegelijk profileerde de school zich een beetje als eliteschool, met beroemde afgestudeerden zoals Guy Verhofstadt en Dirk Frimout. Hun leuze was ‘Toekomst, traditie en standing’. De grootspraak ervan deed ons altijd een beetje grinniken. Maar de school had wel een soort traditie in het geven van verantwoordelijkheid. Met de leerlingenraad (waar ik uiteindelijk ook voorzitter van werd) organiseerden we concerten, filmavonden, sportcompetities en schoolfeesten. De school stimuleerde ons echt tot ondernemen. Later heb ik nog stage gegeven op de Voskenslaan. Tegen dan besef je nog beter dat je als leerling belangrijk bent voor je leraren. Terwijl je ze in het begin soms een beetje ziet als de ‘vijand’. Gelukkig is dat nog net op tijd gekeerd, en heb ik na mijn proclamatie, toen ik niet meer kon beschuldigd van gevlei, aan een aantal van mijn leraars bedankt voor wat ze ons hebben proberen bijbrengen. Het beroep van leraar vind ik zwaar onderschat en ondergewaardeerd. Mijn kinderen volgen zelf freinetonderwijs omdat ik geen fan ben van te prestatiegericht onderwijs. Plezier in onderwijs hebben is essentieel om gemotiveerd naar school te gaan.’