Trainen, heel veel trainen
'De titels komen niet vanzelf, ik moet er heel veel voor over hebben. Ik train maar liefst zeven keer in de week. Elke weekdag ga ik ’s avonds tot twee uur lang zwemmen. Op zaterdag train ik dan twee keer per dag. Alleen op zondag heb ik een ‘rustdag’, als er tenminste geen wedstrijd is. Voor wedstrijden zijn vooral de maanden november, december en januari het drukst. Ik moet als zwemster ook vaak op mijn eten letten, zo moet ik steeds zorgen dat ik van alles voldoende binnen heb en dat het eten over het algemeen niet te vettig is. Speciale zwempakken om beter te presteren heb ik wel, maar niet de nieuwste modellen. Die dingen zijn ook ongelooflijk duur en het effect ervan verdwijnt naderhand, geloof ik.’
Combineren
‘De combinatie met school is niet altijd eenvoudig. Gelukkig kan ik aan de school voor belangrijke wedstrijden uitstel aanvragen voor sommige toetsen. Ze zijn op school ook erg geïnteresseerd in wat ik doe en mijn medeleerlingen steunen me. Toch heb ik weinig of geen vrije tijd om nog andere dingen te doen buiten het zwemmen. Daarom had ik het een tijdje geleden even moeilijk om door te zetten. Toch is het de ambitie die me blijft stimuleren om ermee door te gaan, al doe ik het nu toch wat rustiger aan. Nu ik ook juniorzwemster ben, kan ik bij wedstrijden naast een medaille ook geldprijzen winnen, en dat is ook een stimulans om ermee door te gaan.’
Verder studeren
‘Ook al doe ik het goed in het zwemmen, ik ben toch van plan om verder te studeren, ik wil graag kinesiste worden. Ik hoop dat ik deze studie met het zwemmen kan blijven combineren. Ik weet wel dat dat moeilijk zal zijn. Veel zwemsters die ik ken, zijn met professioneel zwemmen opgehouden door hun studies, maar ik hoop dat ik het langer volhoud. In ieder geval blijf het zwemmen in de familie. Mijn zusje Alenka is zeven jaar en zwemt ook al sinds haar vijfde. Ze zit trouwens ook in het GO! van Keerbergen. Ze zwemt overigens heel erg goed! Ik ga moeten oppassen, straks steekt ze mij voorbij!’