‘Eigenlijk was ik quasi voorbestemd om dokter te worden. Mijn vader was dokter, mijn schoonvader was dokter, mijn zus is er één, haar man ook, een andere schoonbroer eveneens en veel van mijn vrienden vatten ook die studies aan. Vandaar dat ik dat laatste ook maar deed. Het was echter echt mijn ding niet en ik stapte over naar de talen. Maar ook dat was gedoemd om te mislukken. Het is pas dan dat ik besefte hoe erg ik al sinds mijn kindertijd geboeid was door beeldende kunst. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en begon stage te lopen bij fotografen in Parijs, Frankfurt, Amsterdam en Londen. Enkele jaren later begon ik als zelfstandige. Natuurlijk kon ik in die tijd niet meteen leven van mijn statuut als ‘kunstfotograaf’. Daarom heb ik heel mijn leven lang, in de eerste plaats om te overleven, voor de reclamewereld gewerkt. Sigaretten, bier, deuren, auto’s, alles wat moest aangeprezen worden met een mooi beeld, ik zorgde ervoor. Ondanks het succes, en misschien wel daarom, ben ik daarnaast altijd bezig gebleven met kunstfotografie. Eerst met een spiegel van 180 op 180 cm in het landschap en de studio, dan met collages van observaties in de tijd. Tweemaal heb ik in het toenmalige ICC, de voorloper van het Mukha tentoongesteld. Fotografie is soms een proces waarin vooral veel experimenteren met lichtinval, standpunt en perspectief centraal staat. Daardoor lijkt het zelfs soms een beetje een wetenschap. Ik blijf ook nu nog altijd bijleren. Het mooiste voorbeeld daarvan is wellicht de studies film en video die ik sinds september heb aangevat aan het KASKADKO. Ik steek er heel veel op. Toch blijf ik erop toezien dat ik steeds mezelf blijf.’