Toch onderwijzer
Onderwijzer worden is een uitgestelde droom die ik toch heb kunnen waarmaken. Ik was eerst begonnen aan studies tot boekhouder, maar na een paar maanden hield ik dat voor bekeken. Het kon me echt niet boeien en het willen lesgeven, stak de kop weer op. Ik ben dan een paar jaar gaan werken, tot ik de stap zette naar het hoger onderwijs voor de lerarenopleiding. Toen ik afstudeerde in 1998 mocht ik meteen in deze school beginnen. Eerst als leerkracht in het derde leerjaar, sinds twee jaar als GOK-leerkracht.
GOK voor ICT
Onze school telt iets meer dan zeshonderd leerlingen. We hebben een zorgcoördinator, een voltijdse en een deeltijdse GOK-leerkracht voor de lagere school, een GOK-leerkracht voor de kleuterklassen en een GOK-leerkracht voor ICT. Die laatste, dat ben ik. Ik ondersteun de leerkrachten in hun ICT-beleid, maar omdat we een jong team zijn stelt die opdracht niet zo veel voor. Ik ben vooral bezig met het andere deel van mijn opdracht: ICT tot bij de leerlingen brengen. De computers verhuisden van een speciaal ingerichte computerklas naar de klassen zelf. Nu er een speciale leerkracht is voor ICT is de computerhoek in alle klassen een centraal deel van het klasgebeuren geworden.
Smartschool
We gebruiken een vereenvoudigde versie van
Smartschool, een gebruiksvriendelijke elektronische leeromgeving voor het onderwijs waarmee je in elk vak ICT-vaardigheden didactisch verantwoord kan integreren. Alle leerlingen leren oefeningen maken met zelfcorrectie voor Nederlands, wiskunde, wereldoriëntatie, Frans (vijfde en zesde leerjaar) en Engels (zesde leerjaar). De opdrachten ogen heel fris en zijn gedifferentieerd: kinderen die al beter met de computer werken en/of verder staan met de stof krijgen andere opdrachten dan de beginners. Het gaat om leuke oefeningen die maandelijks vernieuwd worden: een paspoort maken van een dier, een kruiswoordraadsel invullen, een verhaal afwerken, maar ook gewone reken- en spellingsopdrachten…
Zoek op!
Daarnaast leer ik leerlingen ook hoe ze een Worddocument moeten maken, berichten moeten versturen en hoe ze kritisch kunnen omgaan met bronnen. Ze leren zienderogen bij. Met de zesde klas stootten we zelfs door tot in de halve finales van de CST-internetwedstrijd, waarvoor leerlingen gericht informatie op Google en Wikipedia moesten opzoeken en verwerken. Daar ben ik, samen met de klasleerkracht, best trots op. Nu er eindtermen komen voor ICT in het basisonderwijs zal ik in de toekomst ook een opvolgingsfiche ontwikkelen voor elk kind.
Oogje in het zeil houden
De computers op school zijn beveiligd tegen seks en geweld. Bepaalde sites zijn geblokkeerd, wat uiteraard niet betekent dat leerlingen geen kattenkwaad proberen uit te halen en geen ‘vuile’ woorden gaan opzoeken, net zoals wij dat vroeger deden in een woordenboek. We moeten dus constant een oogje in het zeil houden. Ook voor cyberpesten moeten we steeds alert zijn. In het begin hadden alle kinderen hetzelfde wachtwoord, waardoor iemand in naam van een ander kind een pestbericht kon rondsturen. We hebben dat besproken en het systeem aangepast. Sindsdien is dat niet meer gebeurd, maar we blijven het in de gaten houden.Van MSN ben ik geen fan, maar dat is eerder een probleem thuis. Chatten kan tot gevaarlijke situaties leiden. Een kind kan bv. een afspraak met iemand die het niet kent. Ik wijs leerlingen daar af en toe op, maar het is vooral de klasleerkracht die dat aan bod brengt. Bij de computers hangen posters met duidelijke tips voor veilig internetgebruik.
Onbekend schrijftalent
Onze schoolwebsite biedt ook een schooloverkoepelend forum, dat onder meer gebruikt wordt om een schoolkrant in elkaar te boksen. Ik begeleid samen met een GOK-collega en de ICT-coördinator een zestiental leerlingen die vier keer per jaar onze Digidender maken. De krant verschijnt online en op papier. De vaste redacteurs hebben bij de start een opleiding gekregen: hoe schrijf je een artikel? hoe neem je een interview af? hoe kan je de krant vormgeven? op welke details moet je letten?... De kinderen worden zo op een natuurlijke manier erg schrijfvaardig. We komen elke maand samen om ideeën te verzamelen en het blad voor te bereiden. Elk redactielid mag voor elk nummer ook minstens één stukje schrijven. Is het nog niet goed, dan bewerken we het samen.
Ook kinderen die niet in de vaste redactie zitten, kunnen een artikel insturen. Zij worden dan begeleid door de klasleerkracht. Wanneer er verschillende kinderen uit dezelfde klas een artikel willen insturen, wordt dat eerst in de klas besproken. Enkel het beste wordt ingestuurd voor de krant. Onlangs hebben we een prachtig gedicht ontvangen van een leerling die niet al te hoog met zichzelf oploopt. De publicatie was voor hem een enorme opsteker.Roepen en schreeuwen
Een paar keer per schooljaar speel ik ook poppenkast voor elke klas. De kinderen vinden dat bijzonder leuk, en het geeft stof voor gesprekken. De verhalen gaan over een probleem zoals bv. spieken, pesten, uitsluiten …of een leuk evenement. Via de poppenkast kan je dat thema eens op een andere manier dan gewoonlijk aanbrengen. Wanneer je een situatie naspeelt die ze zelf kennen, schept dat tegelijk afstand en betrokkenheid. Ik ga ook poppenkast spelen in de kleuterklas, vooral met het oog op de voorbereiding op het eerste leerjaar. Ik speel dan een verhaal over kleuren en vormen bijvoorbeeld, waarbij er interactie met de kleuters ontstaat. Ze gaan roepen en schreeuwen en voelen zich heel betrokken bij het verhaal. Wanneer ik een verhaal heb gespeeld en als leerkracht achter de poppenkast vandaan kom, dan beginnen de kinderen me dat verhaal te vertellen alsof ik van niets weet. Dat is altijd een prachtig moment.
Samen sterk
Als GOK-leerkracht kan je je werk maar goed doen als er een goed team is dat geleid wordt door een coachende directeur. De GOK-leerkracht ondersteunt het team, dat de spil vormt van alles wat er gebeurt. Elke maand komt het team samen om het GOK-plan te evalueren en eventueel bij te sturen. In werkgroepen worden dan projecten uitgewerkt rond sport, speelplaats, gezondheid, integratie derde kleuterklas-eerste leerjaar enz. Een GOK-beleid is dus heel wat meer dan alleen wiskunde, Nederlands of ICT. Om de vier jaar maken we met het hele schoolteam een musical waarbij we de talenten van alle leerlingen en leerkrachten bundelen in een totaalspektakel.