Genetisch bepaald
Lesgeven zit blijkbaar in de familie. “Mijn vader was onderwijzer op een schooltje op het platteland. Het rijksonderwijs bestond daar zelfs niet, ik maakte er pas kennis mee op de rijksnormaalschool van Gent. Van toen af heb ik het Rijskonderwijs niet meer verlaten. Zelf heb ik tot 2000 lesgegeven, mijn laatste school was het KA Mariakerke. Mijn dochter geeft nu ook les in het buitengewoon basisonderwijs GO!. “Lesgeven is blijkbaar een afwijking in onze genen”, lacht hij. “Ik kwam bij de pedagogische begeleidingsdienst terecht door een project dat het gebruik van ICT in de les wiskunde wilde stimuleren. In 2006 werd ik pedagogisch adviseur wiskunde. Enkele jaren later ben ik waarnemend adviseur-coördinator van de dienst geworden. Je kan mijn functie enigszins vergelijken met die van een directeur op school. Ik moet de dienst in goede banen leiden en daar komen toch diverse zaken bij kijken. Naast de langetermijnplanning houd ik me bezig met de dagelijkse beslommeringen en het coachen van ons team. Een uitdaging bij dit coachen is het feit dat de dienst verschillende onderwijsniveaus bestrijkt, van het kleuteronderwijs, het lager - en, secundair onderwijs tot het volwassenenonderwijs, met telkens een aangepaste aanpak en streefdoelen. Het is onder andere mijn taak om als één gestroomlijnde dienst op vlak van gedachtegoed naar buiten te komen. Een work-in-progress waaraan we continu werken. Een heel belangrijk aspect van mijn job is de communicatie met alle betrokken partijen, zoals de scholen en de centrale administratieve diensten. De begeleidingsdienst loopt niet met oogkleppen rond, we werken samen met het brede onderwijsveld.” De tijd van het controleren ligt achter ons. “Nu helpen we scholen in hun ontwikkeling. Dat is enorm boeiend, want afhankelijk van het leerlingenpubliek, lerarenbestand en omgeving evolueren de scholen op een verschillende manier.”
Leraar kan het verschil maken
Bij zijn engagement stelt hij zich geen vragen. “Als leraar stak ik heel veel energie in ‘moeilijke’ leerlingen. Dat was zeker niet altijd makkelijk. Maar als ik die leerlingen op een later moment terugzag, dan kreeg ik daar dikwijls veel vriendschap en erkentelijkheid van terug. Iedereen heeft wel toegang tot onderwijs, maar de inzet van leraren kan echt het verschil maken voor sommige jongeren. Vooral in het BSO en TSO kan je als leraar een impact hebben op de toekomstperspectieven van je leerlingen. Jongeren met een meer bevoorrechte thuissituatie hebben het meestal gemakkelijker. Zorgen voor gelijke onderwijskansen voor iedereen is nog altijd een actuele opdracht. Nu werk ik niet langer in het veld maar de overtuiging dat je door je functie het verschil voor leerlingen kunt maken, motiveert me nog elke dag. Samen met het streven om een krachtige leeromgeving te creëren, in een school die een spiegel vormt van de maatschappij. Een school waarvan de ingang niet staat voor een bepaalde filosofie of religie, maar een deur vormt naar andere politieke, religieuze en maatschappelijke overtuigingen. En waarin leerlingen leren elkaar te respecteren en op te groeien tot mondige en kritisch denkende volwassenen.”