“Ik hou van werken”
Haar activiteiten bestrijken tegenwoordig drie domeinen. “Op vlak van gezondheidszorg en welzijn gaat het vooral om vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld voor de vzw Monnikenheide.” Dit dienstencentrum voor personen met een mentale handicap hielp ze mee oprichten in ’73. “Het centrum is bijna een vijfde kind voor mij.” Verder engageert ze zich ook in harde economische en soms controversiële dossiers. Zo is ze lid van de Raad van Bestuur van de BAM, zet ze zich in voor de uitdieping van de Westerschelde in opdracht van de Vlaamse regering, en onderhandelt ze met Nederland over het sluisproject voor het kanaal Gent-Terneuzen, nog zo’n gevoelig dossier. Cultuur is één van haar passies. Vandaag is ze o.a. voorzitter van de internationale kunstcampus de Singel. “Ik hou van werken”, verklaart haar drukke agenda. “Tegenwoordig verleen ik advies en onderhandel ik bepaalde dossiers, en daar ben ik toch meer dan acht uur per dag mee bezig. Het is zeker niet minder druk dan als voltijds politicus”, lacht ze. “Mijn werk is mijn hobby en mijn passie. Dat mijn werk tegelijk mijn passie is vind ik een enorm voordeel. Een nadeel ervan is dat ik me telkens zeer sterk engageer. Met nadeel bedoel ik dat ik telkens de perfectie nastreef en permanent zoek naar oplossingen. Ik stop niet voor ik de oplossing heb gevonden. Want ik hoop nog altijd dat ik de dingen beter kan maken als een eeuwige wereldverbeteraar, dat geef ik toe. Ik streef er naar dat mensen zich goed kunnen voelen, wie ze ook zijn en welke mogelijkheden ze ook hebben.”
Proefkonijnen
“Mijn hele schoolloopbaan zat ik in het rijksonderwijs, van het eerste leerjaar tot aan de Gentse universiteit. De tijd aan de rijksmiddenschool Oudenaarde vond ik heel boeiend. Onze klas maakte de overgang mee van middenschool naar atheneum. Vier jaar lang waren wij het hoogste jaar, dus kan je ons beschouwen als proefkonijnen voor het team van meestal jonge leraren. In het vijfde middelbaar nodigde onze leraar Nederlands Hugo Claus uit. Dat zorgde voor de nodige discussies en conflicten in de klas en buiten de school. Onze leraar Frans, een echte vrijdenker, verzon heel creatieve oplossingen om de beruchte ‘index’ te omzeilen. Zelf kwam ik uit een katholiek milieu met een open geest. Als één van de slechts drie meisjes in onze klas heb ik op het atheneum mij leren verweren. Gelijkheid tussen mannen en vrouwen was in die tijd nog absoluut niet vanzelfsprekend. Tegenwoordig speelt het onderwijsnet minder een rol vind ik. Als moeder en grootmoeder vind ik het veel belangrijker dat kinderen naar een school gaan waar ze zich goed voelen. Een bereikbare school die gemengd is in alle betekenissen van het woord.”