Onderwijsprojecten met de buurlanden

Onderwijsprojecten met de buurlanden 

Buurlanden Onderwijsproject (BOP) voor het Basisonderwijs

(zie ook http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=14090)

Betrokken landen

Het gaat om scholen in Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en Luxemburg

Doelgroep

Alle leerjaren basisonderwijs

Deelneming

6 vormen van samenwerking:

  1. Buiten het kader van een Buurlanden-onderwijsproject
    1. Onderwijsstudiedagen: het gaat om een grensoverstijgende werkgroep met onderwijskundige thema's. De werkgroep is samengesteld uit onderwijspersoneel van scholen uit de verschillende buurlanden.
    2. Grenscontacten: het gaat om verplaatsingen van leerlingen/onderwijspersoneel/ouders vanuit Vlaamse scholen naar scholen van het buurland in het kader van een onderwijskundig programma.
    3. Assistentschap: aanwezigheid van directies en leraars van een school uit Vlaanderen in de school van een buurland in het kader van de taal of het management van de school.
  2. Een Buurlanden-onderwijsproject (BOP)
    Deze samenwerking tussen klassen van scholen van de buurlanden en Vlaanderen is gesteund op een onderwijskundig project. Het project is samen met de partnerschool opgesteld voor wat betreft doelstellingen, middelen en concreet werkprogramma. Voorbeelden van een aantal thema's van onderwijsprojecten zijn o.a. schoolomgeving, tradities, media, landbouw, liedjes, milieu, spelletjes, sprookjes, wonen, rivieren, opera, jaarboek, het dorp, eten, de krant,...
    1. Personeelsbezoeken: voor leerkrachten en directies zijn er bezoeken mogelijk als verkenning of als voorbereiding van een Buurlanden-onderwijsproject.
    2. Uitwisseling leerlingen: het is de bedoeling dat de Vlaamse leerlingen in een school van het buurland actief deelnemen aan het schoolleven. Het gaat om een volledige Vlaamse klas.
    3. Assistentschap: binnen een Buurlanden-onderwijsproject kunnen de scholen ook werken met het Assistentschap.

Middelen

  1. De subsidie bij punt 1. bestaat uit de eventuele effectieve tekorten inzake reis- en verblijfkosten. De scholen dienen hiertoe een begroting en een verslag in. De subsidie is maximaal 1.000 euro.
  2. De bezoeken en uitwisseling binnen een Buurlanden-onderwijsproject hebben een gedifferentieerde subsidieregeling:
  • Bij een voorbereidend bezoek in het kader van een Buurlanden-onderwijsproject stelt het Departement Onderwijs per persoon een subsidie beschikbaar van 100 euro. Er is wel een maximum van vier personen en het aantal wordt beperkt tot één voorbereidend bezoek per school per jaar. Dit aantal kan acht bedragen als het een schoolteam betreft dat in een bepaalde regio intensief kennis maakt met meerdere scholen.
  • Voor een uitwisseling met een volledige klas ontvangt de school een subsidie bestaande uit een forfaitair bedrag van 1.000 euro voor een verplaatsing van twee opeenvolgende dagen (één overnachting) naar de partnerschool. Scholen die voor drie dagen (twee overnachtingen) of meer naar de partnerschool gaan, ontvangen 1.500 euro. Scholen uit het buitengewoon onderwijs ontvangen een forfaitaire vergoeding van respectievelijk 1.250 euro en 1.750 euro. Het gaat om de verplaatsing- en verblijfkosten van leerlingen, onderwijspersoneel en ouders.
  • Collectieve studiebezoeken en deelname in groepsverband aan een nascholingsactiviteit in een buurland worden gesubsidieerd met een maximumbedrag van 75 euro per deelnemer per dag. Ook pedagogisch begeleiders kunnen van deze subsidiemogelijkheden gebruik maken.
  • Voor de ontvangst in Vlaanderen van een klas uit één van de buurlanden betaalt het Departement Onderwijs forfaitair 375 euro.

Duur

Voor onderwijsstudiedagen, grenscontacten, personeelsbezoeken: minstens één dag
Uitwisseling van leerlingen: minstens twee volledige dagen (=één overnachting) 

Aanvragen en formulieren

Bij voorkeur 1 maand voor het vertrek in te dienen bij onderstaand adres.

Inschrijvingsformulier nascholingscursussen Frans:

http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4075.doc

Aanvragen en informatie

Ministerie van Onderwijs en Vorming
Departement Onderwijs en Vorming
Internationale Relaties Onderwijs
Jozef Van Thielen
Hendrik Consiencegebouw - 4A
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel
Tel.: 02/ 553 92 28
Fax: 02/ 553 93 95
E-mail: jozef.van.thielen@ond.vlaanderen.be  

Secundair onderwijs: Grensoverschrijdende samenwerking (GROS) met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en het VK

[zie ook omzendbrief SO/2004/04 dd.2/4/2004 ]

Het programma "GROS" wil Vlaamse secundaire scholen uit alle onderwijsvormen de mogelijkheid bieden om in een gemeenschappelijk onderwijsproject samen te werken met een secundaire school uit de onmiddellijke buurlanden van België: Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Hoger vermelde omzendbrief geeft informatie over welke financiële ondersteuning mogelijk is. Hieronder geven wij kort de bepalingen van deze omzendbrief weer, aanvraagformulieren bevinden zich als bijlage bij de omzendbrief.

Inhoud

In een gemeenschappelijk onderwijsproject werken een Vlaamse en een buitenlandse partnerschool met elkaar samen. Daarbij staan de klasuitwisselingen centraal maar het mogen niet de enige projectactiviteiten zijn: het zijn eerder de hoogtepunten van de samenwerking tijdens een heel schooljaar (of evt. zelfs twee schooljaren). Het is dus niet de bedoeling om via GROS de mobiliteit van leerlingen binnen een Comeniusproject te financieren. En het is zéker niet de bedoeling om louter culturele bezoeken of toeristische uitstappen te financieren: de klasuitwisselingen moeten een onderdeel zijn van een onderwijskundig project, gemeenschappelijk uitgewerkt met de partnerschool en ingebed in het normale curriculum van de betrokken leerlingen. Het projectwerk resulteert bij voorkeur in een (bescheiden) eindproduct.

Deelnemingsvoorwaarden

  • GROS staat open voor alle leerlingen van het secundair onderwijs.
  • De klasuitwisselingen mogen niet plaatsvinden tijdens de schoolvakanties en ze zijn in principe gebaseerd op wederkerigheid. Ze vinden bij voorkeur plaats tijdens hetzelfde schooljaar, maar om praktische redenen kunnen ze gespreid worden over twee opeenvolgende schooljaren.
  • Bij het bezoek aan de partnerschool zijn de leerlingen minimum 3 dagen en 3 nachten ter plaatse (exclusief reistijd) en ze logeren bij voorkeur in een gastgezin, of in internaatsverband mocht dat niet haalbaar zijn (bij BUSO bvb.). Voor BUSO-leerlingen mag het bezoek beperkt worden tot 2 volledige dagen met 2 overnachtingen (exclusief reistijd).
  • In principe neemt de (minimum één) volledige klas deel aan de uitwisseling. Als dit niet haalbaar blijkt, moeten de nodige maatregelen genomen worden om de thuisblijvende leerlingen en leerkrachten toch actief bij het gemeenschappelijk onderwijsproject te betrekken.
  • Het project moet ingebed zijn in het normale curriculum van de leerlingen.
  • Verschillende vakken en vakleerkrachten moeten bij het project betrokken worden.
  • Gebruik van afwisselende werkvormen en van ICT is eveneens van belang.
  • De leerlingen moeten actief betrokken worden bij de praktische en inhoudelijke voorbereiding en de evaluatie van de uitwisselingen en van het project als geheel.
  • Het projectwerk resulteert bij voorkeur in een (bescheiden) gemeenschappelijk eindproduct.
  • Ook moet voldoende aandacht besteed worden aan de betrokkenheid van de ouders en aan de zichtbaarheid en de verspreiding van de resultaten van het project in de school en de schoolgemeenschap.

Selectie

Een GROS-subsidie is een facultatieve subsidie. Het aantal projecten dat voor financiering in aanmerking komt, hangt dus af van het beschikbare totaalbudget voor GROS. Een selectie is bijgevolg vereist. Daarbij wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de projectvoorstellen. Daarnaast wordt er voorrang gegeven aan projecten met leerlingen van BUSO, BSO en uit de eerste twee jaren van het secundair onderwijs, en aan projecten van scholen met weinig ervaring op het vlak van internationale samenwerking.

Mogelijke activiteiten en financiering:

  • De werkingskosten (voor communicatie, documentatie, materiaal, projectactiviteiten,...) tijdens de volledige duur van het project: een forfaitair bedrag van 250 euro;
  • Eén bezoek aan de partnerschool, ter voorbereiding van de klasuitwisseling: een forfaitair bedrag van 100 euro per leerkracht (of lid van de directie, het bestuur of de oudervereniging van de school), met een maximum van 300 euro per project;
  • Eén bezoek met de leerlingen aan de partnerschool: een forfaitair bedrag van 50 euro per leerling, met een maximum van 1.250 euro per project (respectievelijk 75 euro en 1.875 euro voor BUSO);
  • De begeleiding van deze klasuitwisseling door leerkrachten van de eigen school: een forfaitair bedrag van 50 euro per leerkracht (max. 1 leerkracht per volledige groep van 5 leerlingen) en maximum 200 euro per project (250 euro voor BUSO);
  • De ontvangst van de buitenlandse partnerschool: een forfaitair bedrag van 25 euro per bezoekende leerling en maximum 625 euro per project (resp. 40 euro en 1.000 euro indien het om bezoekende leerlingen met bijzondere onderwijsnoden gaat (uit BUSO of vergelijkbaar).

De helft (50 %) van de subsidies wordt uitbetaald na de officiële en schriftelijke goedkeuring van de projectaanvraag. Het eventuele saldo wordt uitbetaald na het einde van het gemeenschappelijk onderwijsproject en na indiening en controle van het financieel en inhoudelijk eindverslag. Dit verslag moet, samen met een voorbeeld of beschrijving van het eventuele eindproduct, uiterlijk op 30 juli van het (burgerlijk) jaar volgend op het jaar van goedkeuring ingediend worden. Indien niet of onvoldoende aan deze verplichting voldaan wordt, wordt het saldo geweigerd en kan het reeds betaalde voorschot teruggevorderd worden.De financiële steun blijft beperkt tot één GROS-project per school en per schooljaar. Het project moet starten tijdens het schooljaar waarin de aanvraag wordt gedaan.

Aanvragen en informatie

Voor de aanvraag van de beurs wordt gebruik gemaakt van dit formulier. Een GROS-aanvraag moet uiterlijk op 15 november (poststempel geldt als bewijs) verzonden worden naar het volgend adres:

Indienen van de aanvraagformulieren en alle verdere informatie:
Ministerie van Onderwijs en Vorming
Departement Onderwijs en Vorming
Internationale Relaties Onderwijs
T.a.v. Kevin Corcoran
Hendrik Consciencegebouw
lokaal 7 C 01
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel
Tel.: 02 553 96 43
Fax: 02 553 89 45
E-mail : kevin.corcoran@ond.vlaanderen.be

 
Verantwoordelijke Jens Vermeersch - jens.vermeersch@g-o.be - tel. 02-790 9 598 - Laatste update 24.02.2011

GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 www.g-o.be